HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 14

JPEG (Deze pagina), 607.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

- 12 --
ïï
N2 2i.
"iiev. Mrs. j
Haarlem, den 21 Junij 1850.
. . J
De Staatsraad, Gouverneur der Provincie Noord-
neiiami, ’·
Gelezen de missive van Zijne Exoellentie, den
Minister van Binnenlandsclie Zaken, van 14 dezer,
Litt. A, 4° Afdeeling, houdende toezending van een
aan den Koning ingediend adres van Johannes
Jac obus Ki clierer, Kapitein bij de dienstdoende
Seliutterij der stad Amsterdam, om vernietiging van V
een tegen liem op den 4c Junij door den Seliutters- A
raad van gemelde Seliutterij geslagen vonnis, waarbij
hij is veroordeeld tot wegzending uit de Seliutterij,
Gelet dat bij gezegde missive wordt verlangd,
dat door hem Gouverneur aan den adressant worde
kennis gegeven, dat liij, naar aanleiding van liet
· bepaalde bij het 1¤ lid van art. 65 der `Wet van 11
April 1827, (Staatsblad N°. 17) de bevoegdheid
heeft om zich tegen voornoemd vonnis in liooger
beroep te voorzien binnen den termijn van veertien
dagen, nadat liij van liet tegen hem gewezen von-
nis kennis heeft bekomen,
Geeft aan den adressant te kennen, dat bij art.
65 der gemelde Wet aan hem de gelegenheid wordt
gegeven, om van het vonnis van voorschreven Schut-
tersraad, in liooger beroep te komen bij Heeren
Gedeputeerde Staten dezer Provincie, binnen den
termijn van veertien dagen, nadat hij van dit tegen
hem geslagen vonnis kennis heeft bekomen, en dat
hij, ten blijke, dat hij zieli in liooger beroep wil
voorzien, gehouden is, om daarvan overeenkomstig
art. 49 van liet Koninklijk Besluit van 25 Mei 1829
(Staatsblad N°. 38) kennis te geven aan den Secre-
taris van den gezegden Scliuttersraad, die daarvan
alsdan eene acte moet opmaken, welke door hem
en den appellant wordt onderteekend, zoo mede dat