HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 12

JPEG (Deze pagina), 579.84 KB

TIFF (Deze pagina), 6.43 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

- 10 _..
p alles wat de dienst betreft, aan hunne meerderen moeten ge-
hoorzamen,
Overwegende alzoo, dat het voorgevallene heeft plaats gehad
i bij en ter gelegenheid van dienstzaken, op de exereitieplaats, in
K tegenwoordigheid van een aantal oilicieren gekleed in uniform,
t De Sehuttersraad der dienstdoende Sehutterij der stad
Amsáerclcem
verklaart niisdien
J. J. KIGHERER,
Kapitein bij de 3 Kompagnie 1 Bataljon, 9
schuldig aan
A verzet door woorden tegen zijnen meerdere ter gele-
genheid van dicnstzaken.
Gezien art. 54 der ldlet van 11 April 1827,
veroordeelt den beklaagde tot de straffe van wegzenden
uit de Sehutterij en in de kosten ten bedrage van f 1.20
i cxeeeutabel door middel van provoostarrest.
Was geteekend, enz.
Twee dagen na dit vonnis ontving de veroordeelde een order
van suspensie, bij welke hij van alle dienst­prestatiën, hoe ook
genaamd, ontheven en hem het kommando der kompagnie ont-
nomen werd.
De Kapitein meende nu, naar aanleiding van art. 49 en vol-
genden van het Koninklijk Besluit van 25 Mei 1829 (Staats-
blad 1829, N°. 38) van het vonnis van den Sehuttersraad ,;
appel te moeten aanteekenen aan het Bureau der Schutterij,
waarheen ik hem verzelde; ons beider verzoek daartoe werd
evenwel door den Secretaris van den Baad gezveigercl, welke
voor reden dier weigering opgaf, dat de Kapitein van dat von- X
nis niet appelleren kon, steunende deze erroneuse meening op
art. 65 der WVet van 11 April 1827. ` r
Deze teleurstelling deed mij terstond besluiten, mij tot Z.Exc. ~
den Minister van Binnenlandsche Zaken te wenden, welke be- 1
last is, met de uitvoering der wetten op de Sehutterij. i