HomeBarbarenPagina 61

JPEG (Deze pagina), 902.05 KB

TIFF (Deze pagina), 5.26 MB

PDF (Volledig document), 95.94 MB

` 59
H en stangen mee - hij komt al - dadelijk - nu - -
l Opeens wordt de besneeuwde grond heel donker. Hij ziet
` plotseling water glinsteren onder een gladde ijsvlakte­­ -
voelt een harden schok - -­ hoort een gekraak als van
rinkelend glas - ­< ver - ver weg. Een gruwelüke koude
bevangt hem, hij verliest zijn bewustzijn.
De bestuurder had met ingehouden adem den wanhopigen
strijd van zijn kameraad boven op den vleugel gevoeld.
Voor beiden hunner was het een strijd op leven en dood.
Hij voelde, dat het vliegtuig zich langzaam weer oprichtte.
Gedurende dien tijd kwam hij dichter bij den grond, zonder
te vallen. Met pijnlijke zekerheid voelde hij daarna weer,
dat het toestel opnieuw zijwaartsche helling kreeg, ,,slagzij",
evenals een zeiljacht onder een rukwind. Nu, nu zal het
kantelen. Neen, zijn collega is nog verder tegen den vleugel
opgeklommen, zijn lichaamsgewicht heeft meer en meer
uitwerking, en drukt den steilen vleugel neer. Fiksche
kerel! De aarde komt naderbij. Waar moet hij echter lan-
» den. Waar? ·­­ Zijne handen, zijn geheele lichaam werkt
;=, als dat van een ruiter, met teugels, knieën en sporen. Nu
zakt het vliegtuig weer scheef. Hij zet zün voeten schrap
tegen den wand en leunt over naar den hoogen kant, maar
loslaten, wat hij in zijne handen houdt, mag hij niet. Hij
houdt immers den dood vast, zoolang hij het stuurhandel
niet loslaat. .
Gaarne zou hij zijn makker daar boven gaan helpen,
maar ieder heeft zijn plaats, wanneer het er opaan komt. En
hier is de zijne. Nu ziet hij het meertje onder zich. Erover­ l
heen kan hij niet, landen ook niet, voor hij den oever be-
reikt. Nu is hij beneden. De êéne vleugelpunt krast hard
tegen het ijs, nu ook het ééne wiel. Een harde schok
smijt hem naar voren tegen het toestel op. Duizend sterretjes
flikkeren voor zijn oogen. Hij springt op en kijkt wezenloos
rond. Eén gedachte schiet hem door zijn hoofd. Waar is `
zijn vriend ­- -? Waar - -? Waar - -? Hij ziet een
gapend gat in het ijs achter dien vleugel. En daaronder
ziet hij vaag een bleek gelaat onder het ijs. Als een waan-
zinnige vliegt hij overeind, smijt zijn jas en helm van zich .
af, springt op het vliegtuig, langs den vleugel, neemt een
geweldigen sprong en komt juist boven zijn stervenden
vriend terecht. Zou hij al dood zijn ­-? Dan wil hij ook
niet meer leven. ­- Wederom splijt een ijsschots door mid-