HomeBarbarenPagina 41

JPEG (Deze pagina), 794.78 KB

TIFF (Deze pagina), 5.31 MB

PDF (Volledig document), 95.94 MB

. _l'
39 f
granaattrechter. Een geweerkogel heeft zijn hersenen door-
boord, en de dood is plotseling ingetreden. Geen hulp ’7
V meer noodig! De vier gewonden hebben geen kracht ge-
noeg, het levenlooze lichaam ter zijde te leggen, dat bijna
op dezelfde plaats moet blijven liggen, waar het in den j
val is terecht gekomen. Ze schuiven slechts een beetje in
terzijde.
, Uit de Duitsche loopgraven ver achter hen klimt een
soldaat naar buiten. Onder zijn arm draagt hij een opge-
rolde roode wollen deken. Het is de oppasser van den ;
kapitein. Hij loopt door een gangetje in het prikkeldraad-
veld naar het slagveld, waar de springstukken tegen den
. hardbevroren grond te pletter staan, en sneeuwwolken door
` fluitende kogels omhoog stuiven. Hij rent recht naar den g
; granaattrechter met zijn roode deken. De onweerswolken, E
. welke boven hem losbarsten, laten hem ongedeerd. Hijgend l
? bereikt hij den rand van den trechter, neemt de houding
aan, salueert en roept stralend van vreugde:
t ,,Kapiteinl Hier heb ik UW deken meegebracht!"
,,Ben je dol, jongenI" roept de kapitein, toch met een j
trilling van ontroering in zijn stem. ,,Kom dadelijk naar Q
beneden!" ;
f De oppasser kruipt in den granaattrechter, om de deken
j j uit te spreiden voor zijn chef. Maar de kapitein wil er
niets van weten, daar immers nog ernstiger gewonden naast
hem liggen, die meer behoefte aan een deken hebben. De
kapitein en de overigen kunnen zich met een tipje van §
de deken tevreden stellen. Niemand verzet er zich tegen.
H ,,Ik zal er nog een halen!" zegt de oppasser. *
,. ,,Uilskuikenl", zegt de kapitein, ,,daar komt niets van
in, je blijft hier!" i
Maar de gedienstige jongen trappelt van ongeduld, om g
_ voor zijn gewonden kapitein iets goeds te doen. Met be- l
hulp van een lichtgewonden kameraad rolt hij het lijk van
den dooden soldaat uit den trechter en schuift hem over Q
den rand. .
Daar liggen nu de vijf wakkere mannen. De kapitein
doorzoekt zijn zakken en vindt zijn sigarenkoker, welken l
hij laat rondgaan. De inhoud is juist toereikend. Weldra
stijgen blauwachtige rookkronkels uit den granaattrechter
op: een dankoffer van hen, die nog in leven zijn.
,,Hoeral hoera!" klinkt het van den heuvelrug, en een l
l