HomeVoorheen en thansPagina 47

JPEG (Deze pagina), 788.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 51.56 MB

7
45
E genoemd; zij worden dit eerst, wanneer zij, door den
i geest verwerkt, tot bestanddeelen zijn geworden van het
wetenschappelijk gebouw. Doch daartoe zijn vooreerst
noodig: tijd, en ten tweede mannen, die wetenschappe-
. lijk, d. ui. wijsgeerig hebben leeren denken. Nieuwe feiten
bij de reeds bekende voegen kunnen velen, deze be-
hoorlijk verwerken kunnen weinigen. Opperlieden die
steenen aandragen zijn talrijk genoeg, maar archi- .
tekten, welke die steenen tot een gebouw ineen weten
te zetten, zijn ten allen tijde klein in aantal geweest.
I Toch komt het voor het optrekken van het gebouw der
wetenschap vooral op dezen aan. Het gevolg van eene
al te snelle vermeerdering van kennis kan zelfs zijn, dat
de wetenschap er schade onder lijdt, omdat zij die anders
' wellicht architekten zouden zijn geworden, overstelpt
door de onophoudelijk aangedragen steenen, nog slechts i
de rol van opzichters kunnen vervullen. V
Wanneer wij den blik twee eeuwen terugslaan, den. .
tijd van Nnwron en van onzen Cnnrsrmnn Huveims, dan
zien wij hoe toen slechts bij lange tusschenpoozen eenig
j werk op natuurwetenschappelijk gebied verscheen. Geen
of weinig haast om zijne ontdekkingen publiek te maken.
p Dikwijls werd het zzammz jbrcvïzafzzr {zz zmïzmzz in acht
i genomen. ja het gebeurde niet zelden dat een geleerde
een geheel leven lang voortging te arbeiden aan eenig
werk, om het gestadig meer en meer te volmaken, en
dat dit eerst na zijn dood werd uitgegeven. Zoo was het
b. v. het geval met de Dzbjnfïzm van Hureims, waaraan
i hij reeds in zijne jeugd begonnen was. S`VAMMERD.II’t5
Bzölzkz ïmmmc werd eerst 57 jaren na des schrijvers dood
uitgegeven en bevatte toen nog nagenoeg louter nieuwe
onbekende zaken. Slechts een drietal, min of meer met
onze tegenwoordige journalen vergelijkbare periodieke
geschriften openden toen de gelegenheid om nieuwe ont-