HomeVoorheen en thansPagina 46

JPEG (Deze pagina), 758.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 51.56 MB

j · 44
u
minst belangrijke gedeelte hunner taak: dat van mede
j te werken tot uitbreiding der wetenschap, en da.artoe
` moeten zij kunnen beschikken over die, soms kostbare,
hulpmiddelen, welke althans in vele gevallen voor een
I grondig onderzoek onmisbaar zijn geworden.
Maar toch, waar het geldt niet enkel een juisten blik
; in het verleden maar ook in de toekomst te slaan, mag
men zich niet laten verblinden door het schitterende van
i het heden, zoodat men meenen zoude dat er geen enkele
schaduw, geen schijn van eenig gevaar zou bestaan,
Zoo niet nu reeds, dan in de toekomst. Het beste middel ‘
j om schaduw te verdrijven is er licht op te laten vallen.
Een erkend gevaar is half overwonnen.
Ik zal pogen duidelijk te maken, wat ik hier bedoel,
maar daartoe moet ik een omweg inslaan.
Vooreerst merk ik op dat kennis en wetenschap, ofschoon
dikwijls met elkander verward, toch wezenlijk zeer ver­
schillende begrippen zijn. Iemand kan eene groote mate
ij van kennis bezitten, zonder daarom nog een wetenschap-
pelijk man te zijn. Een hortulanus, die al de duizende
{ti planten in den hortus kenten deze met namen weet te
If noemen, veel beter soms dan de professor, is daarom
E' nog geen botanicus. Feiten nu zijn de inhoud der kennis;
de uit die feiten door het verstand, dat combineert,
vergelijkt, langs logischen weg gevolgen trekt, afgeleide
l algemeene begrippen zijn de inhoud der wetenschap.
Kennis kan op zich zelve bestaan; dan is zij eene
J in het geheugen opgenomen en bewaarde verzameling
van feiten; eerst waar de onderlinge samenhang, het
j noodzakelijk verband der feiten erkend is, ontstaat
wetenschap. Kennis is analytisch, divergeerend; weten-
schap synthetisch, concentreerend. Niet elke kennis, niet
elke nieuwe ontdekking, niet elk nieuw gevonden feit
mag derhalve eene aanwinst voor de wetenschap worden
e
I
ly, ·
·