HomeHoe de gevaren in en buiten Europa, van Nederland af te wenden?Pagina 47

JPEG (Deze pagina), 742.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 55.89 MB

- 29
A qu/il y dit des places fortes sztr Les frontieres de ses
Etttts?" vruchteloos onder de oogen van Nederlandsche
g lezers gebragt l), die verwonderltik wel met alle lledactien
l van 'l`ijdschril`ten en bladen, de kunst van ignoreren ver- 4
staan, wanneer zti die akelige wallen en poorten liever
L in aangename wandeldreven en lusthoven zien veranderen,
> en zich aan ’s Lands toekomst niet kreunen, al davert het
gansehe Rijk van het ontzet van Artrdenburg, AL/maar
· en Leiden, wier heldeninoed men gemakkelgker bezingt
5 dan navolgt. ls die opheffing der vestingen welligt de hulde
van een ontaarde nakomelingschap aan de dapperheid en vol-
harding van de verdedigers van Groningen en de Willem-
stad , van RABENHAUPT in 1672, van isoiwrzicriana in 1795 ,
, van IIOBBE V. AYLVA te LllCLl18[7“li(¢]lL in 1747 , van den Gene-
i raal Dmenrz wiens mannelijke veerkracht en onwankelbare
,, standvastigheid van 1ö30«~1ï539 betoond, het reeds afge-
g vallen Limburg, Venlo en Roermond beide onder Neder-
landsch gebied heeft doen terugkeeren door de enkele
handhaving van ’s1§onings gezag te Maastric/tt. llet zijn .
ook niet de vestingen op zich zelve, het is de gansehe streek
er rondom, op welke men bij het vraagstuk der slechting
ol` van het behoud te letten heeft. Met de overgave van V
_? ’sHertogenl10so/t in 1629, volgde immers de omliggende
g Merjerij het lot van de Hoofdstad, en het was geene
G vesting alleen, het was een voornaam deel van Noord-
Brabant, dat rnnnnnin HENDRIK voor den Staat had aan-
i gewonnen. En toch van de 80 Leden der Tweede Kamer
telt men er 65 tegen een (KIEN), die aan het wljdstrek-
kend Art. 4 der voorgedragen wet hunne goedkeuring it
I hebben durven schenken! »De vestingwerken in de Pro-
a vineien Friesland en Groningen, de vestingwcrken van g
Y · Deventer, de hooidomwalling van Ztttp/ten, de vesting 3
W"' l
1) Verg. Le Co1t.seroaZem·, (Utrecht 1870) T. 11. 178 volg.