HomeHet Rijk der Nederlanden, zijn vertegenwoordiging en zijn behoudPagina 23

JPEG (Deze pagina), 622.52 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 24.07 MB

l
l
4, 21
talrijk sterkte-cijfer werd ingevoerd, - eene ter tegemoet- ;
A koming hieraan, suceessivelijk verrigtte, massale overplaat-
,‘ sing der Militie bij de Sohutterij, niet meer dan een
l? hoogstonvolcloend palliatief blijken te zijn; vermits:
ct. Die maatregel, -­ gelijk reeds is vermeld, -­ in `
` Z geen geval op de meeste Technische en de Bereden­
i Wapens ware toe te passen. daar hun betrekkelijk weinig
L talrijk personeel hiertoe veel te veel over het geheele
i Rijk verspreid is; en
_ b. De overgang der Militie bij de Schutterij, voor zoo-
l veel die inderdaad dan mogelijk ware, - voorzeker wegens
het Burgerlijk karakter der Sohutterij ongunstig op de
l Militaire bruikbaarheid der betrokkenen zoude inwerken;
I ’t geen intussohen ons alles behalve dienstig zoude zijn,
j uithoofde van de bekende overgroote strijdvaardigheid der
” Legers, waartegen wij welligt eenmaal zouden hebben te
kampen.
§ 10. Voor eene deugdelgke regeling onzer Levende
j Strijdkrachten , - die tevens de Maatschappelijke belangen
i der massa zooveel mogelijk in het oog hield, ­~ schijnt
onder welligt meer, -­ het hierna omsohrevene in aan- r
ll merking te behooren te komen:
· I. Met betrekking tot de Militie: g
ct. Een dienstpligt, te vervullen gedurende een tijdperk
dermate ruim genomen, dat de Militiëns betrekkelijk lang
A aan hunne respective Korpsen verbonden blijven;
l IJ. Een in verhouding tot den duur van den dienstpligt,
zoodanig vastgesteld, door loting te verkrijgen, jaarlijksoh