HomeHandleiding tot het statistisch onderzoekPagina 29

JPEG (Deze pagina), 691.26 KB

TIFF (Deze pagina), 5.46 MB

PDF (Volledig document), 22.49 MB

Q rx. STATISTIEK. 25
;
men in elken kring een grondslag voor de bepaling van den
volksrijkdom.
gl Eene tweede vraag, die zich onmiddellijk aan de eerste aan-
ä sluit, is deze: welke voorwerpen zijn de hoofdbestanddeelen van
j den volksrijkdom. Voor de jagersborden zal het hoofdbestanddeel
zijn de jachtgrond en het daarop voorhanden wild; voor zwervende
2 herdersstammen het vee en de vruchtbaarheid der vlakten waar
dit zijn voedsel moet vinden; voor boschbewoners de voortbreng-
“ selen der oorspronkelijke wouden; voor kust- en eilandbewoners
de rijkdom der wateren; voor een akkerbouwend volk de jaarlijk-
j sche of halfjaarlijksche vrucht van den bodem; voor een industrieel
j en handeldrijvend volk al wat het door zijne nijverheid verwerft
of verkrijgt. De levenswijze van een volk zal dus van grooten
j invloed zijn op de waardeering van de voorwerpen, waaruit zijn
q rijkdom bestaat.
Eene derde vraag is, hoe de algemeene rijkdom is verdeeld,
lj in hoeverre allen daarin ­- ’t zij dan veel of weinig - een gelijk j
aandeel bezitten en genieten, dan of er verschil valt op te mer- i
jl ken tusschen meer- en minvermogenden. Wordt dit laatste opge-
i merkt (wat wel doorgaans het geval zal zijn) dan is het de moeite
waard te onderzoeken, vanwaar dit verschil komt, of het aan
i sociale dan wel politische toestanden te wijten is, of het b. v. zijn
grond heeft in de heerschappij van het eene ras over het andere,
dan wel in den onderscheiden aanleg van verschillende stammen, l
of in bevoorrechting van de eene kaste, stand of klasse, boven
de andere, of in de willekeur van den machthebbende, of in de
bestaande rechtsinstellingen en hare werking. Vooral is het bij
een volk eigenaardige erfrecht als bron der vermogensverdeeling
de aandacht in de hoogste mate waard. - Waar nn bij deze ä
ongelijkheid in vermogenstoestanden de armoede als maatschappe-
lijk verschijnsel zich vertoont, daar zal men ook hebben te on-
derzoeken, in hoeverre dit verschijnsel als een maatschappelijk
kwaad wordt aangemerkt en bestreden en welke middelen hiertoe
worden aangewend.
E Nevens het onderzoek naar den staat van den volksrijkdom
l neemt dat naar zijne bronnen eene plaats in. Die bronnen van
A welvaart, hoe verscheiden en verdeeld ook, hebben alle één oor- j
sprong: samenwerking der natnurkrachten en van den menschelij-
ken arbeid. Naarmate een volk verder in beschaving vordert, zal
het aandeel van den menschelijken arbeid hierbij meer overwegend j
worden. Zoo ontstaat de volksnijverheid met hare verschillende
r vertakkingen: verzamelingsnijverheid, landbouwnijverheid, hand-
werks- en fabrieknijverheid, handel en verkeer.
; De statisticus zal er zich op toeleggen, de hoogte van ontwik-
·r
' " , . ..1 ..3.. , .