HomeHandleiding tot het statistisch onderzoekPagina 21

JPEG (Deze pagina), 642.73 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 22.49 MB

IX. STATISTIEK. 17
nlle Doch het laatste verdient doorgaans de voorkeur, omdat bij
een klein getal afzonderlijke feiten de werking van toevallige en
afwijkende invloeden krachtiger kan zijn. B. v. om ons een denk-
beeld van de vruchtbaarheid van een land te vormen zullen wij
{Gr- zoowel een middencijfer van drie als van twintig oogsten kunnen
de nemen."Maar het kan licht gebeuren, dat juist van die drie oogsten
[Em twee bijzonder ongunstig waren. Onder den invloed daarvan zal
_, ' dan het middencijfer de objectieve waarheid niet aangeven. Ook
Uki hier geldt de wet van ,,de betrekkelijke waarde der groote en
Tj; _ kleine getallen" (Verg. § 10). _ ­
bel Evenwel zou het kunnen gebeuren,. dat juist het gebruik van
‘_kt_ een lange reeks van afzonderlijke feiten tot berekening van het
5611 middencrjfer ons op een dwaalspoor bracht.HDit zou nainelgkrhet
¤. geval wezen, wanneer de afwisselende cijfers der individueele
dg`? toestanden niet voortsprniten uit toevallige afwijkingen, maar uit
Mm eene geleidelijke wijziging in den normalen toestand zelven. Een
Zen middenoijfer der sterfte in eene. gemeente over o0 jaren genomen
hw zou onjuist zijn., wanneer in die 50 jaren de gemeente sterk in
6112 bevolking vooruit of achteruit gegaan was, of. wanneer zich daar
uur de voorwaarden van den algemeenen gezondheidstoestand aanmer-
3) kelijk gewijzigd hadden. v ·
Eene vergelijking tusschen de figuren A. en B zal dit du1de·
. lijk maken.
us? Fig. A. ,i
ind __,_-`__· ‘
lijk ,/" ,,~ ···~ A
en. ""'ï'_"`"""` ___`__>'çïi*Iï-IITITTI
wij ""`- ­--­ * "’
een . .
aa _ FW B
un- ""” "~.`
,25 i "" ’'`` `~
is "x`______ ‘
IIIB i "x`
gst *""°°`~.` e
.. `
.v1j ···
'üs ’ In beide figuren vertegenwoordigt de slingerende gestippelde
BH i lijn de opeenvolging der werkelijke feiten, de doorgetrokken ho-
’“‘ rizontale lijn het daaruit afgeleide middenoijfer. Nu is het bij
jj den eersten oogopslag duidelijk, dat de horizontale lijn in jig. A
’1= veel getrouwer zich aan den werkelijken toestand aansluit dan
‘f‘ die in jig. B. In deze laatste wijst de loop der gestippelde lijn i
op eene geleidelijke verandering van den toestand.
(