HomeHandleiding tot het statistisch onderzoekPagina 19

JPEG (Deze pagina), 601.95 KB

TIFF (Deze pagina), 5.46 MB

PDF (Volledig document), 22.49 MB

gi rx. STATISTIEK. 15 g
. tusschen twee of meer gegeven cijfers één dezer cijfers als éénheid
stelt en in de andere deelt. De laatste methode is vooral in ge-
gä bruik bij de vergelijkende bevolkings-statistiek, ofschoon ook de
ii andere daar even goed toepasselijk is. Het oogmerk van deze j
ii bewerking en het nut, dat men er van trekken kan, zullen het
gemakkelijkst verklaard kunnen worden door enkele voorbeelden.
Blijkens eene gehoudene volkstelling bevat zekere gemeente
35,620 ingezetenen; hiervan zijn 17,325 van het mannelijke, r
18,295 van het vrouwelijke geslacht. Uit de cijfers, zooals ze A
hier voor ons liggen, is de verhouding tusschen de twee ge-
slachten niet scherp te bepalen. Door herleiding echter krijgen
wij deze cijfers:
ä voor de mannen 486 per mille
ä voor de vrouwen 514 ,, ,, j
en:
verhouding van m.: v. : 1000: 1057.
E Onderscheidene belastingen brengen te zamen 73 millioen gul-
g den op, en wel in de volgende verhouding:
directe belastingen f 19,100,000
l indirecte belastingen ,, 17,550,000
` accijnsen ,, 29,200,000
inkomende rechten ,, 4,350,000
posterijen enz. · ,, 2,800,000
i , j 72,000,000 ‘
Wil men de onderlinge evenredigheid, waarin elke tot het ge- K
X heel bijdraagt, scherp bepalen, men zal het totaal tot 100 her-
2 leiden en dan deze verhoudingen bekomen:
I directe belastingen 26 pCt.
indirecte belastingen 24 ,,
· accijnsen 40 ,,
inkomende rechten 6 ,,
posterijen enz. 4 ,,
` 100
In eene gemeente A, met eene bevolking van 19,360 z. sterven
er in den loop des jaars 605 personen; in eene andere gemeente `
r B, met 59,990 z. sterven er 1714. Men wil weten, waar de
r y sterfte betrekkelijk grooter is geweest en in welke mate. Door
. herleiding bekomt men deze cijfers:
In de eerste gemeente 1: 32
· ï In de tweede ,, 1: 35
· ' Met andere woorden: in de gemeente A is er één van de 32
* tl levenden door den dood weggerukt, in de gem. B één van de 35
i levenden. In de eerste gemeente was dus de sterfteverhouding
’ 2