HomeHandleiding tot het statistisch onderzoekPagina 17

JPEG (Deze pagina), 689.97 KB

TIFF (Deze pagina), 5.50 MB

PDF (Volledig document), 22.49 MB

g
IX. STATISTIEK. 13
Doch daar biedt zich dan dikwerf een omweg aan, die voor ons
het middel zijn kan om der waarheid vrij wel nabij te komen.
Wij wenschen b.v. het vleeschverbruik hier te lande te kennen.
‘ Die kennis is niet door rechtstreeksche waarneming te verkrijgen,
want het gaat niet aan, het verbruik van elk persoon of van elk
j gezin te controleeren. Maar nu biedt ons de accijns op het ge- i
slacht een bruikbaar hulpmiddel aan. Wij weten, hoeveel de
accijns per pond bedraagt; wij weten, tot den laatsten cent toe,
j hoeveel de accijns in een jaar opbrengt. Uit deze twee gegevens i
F is door den eenvoudigen regel van drieën het getal ponden, dat
verbruikt is, te berekenen I). In dit geval is de inductie­methode
toege ast.
Q Eefie algemeene methodische volkstelling, zoo als zij in de be-
M schaafde staten wordt toegepast, is te omslachtig en te kostbaar
om haar elk jaar te houden. Men moet zich dus wel met perio-
d dieke volkstellingen, om de 5 of 10 jaren, behelpen. Maar
hoe zal men nu het cijfer der bevolking eener gemeente kennen
in de jaren, die tusschen twee tellingen in liggen? Met behulp
van de bevolkingsregisters kan men dit wel niet met volstrekte
R maar toch met voldoende zekerheid te weten komen. Aan het
2 cijfer door de laatstgehouden telling verkregen voegt men toe allen ,
9 die in den loop van een jaar door geboorte of door vestiging in
de gemeente er bij gekomen zijn, dan trekt men af allen, die
door overlijden of door verhuizing naar elders afgevallen zijn, en `;
i de uitkomst dezer tweeledige becijfering zal het bedrag der bevel-
l king na ommekomst van een jaar aanwijzen.
. Het aldus verkregen cijfer is een afgeleid cijfer. "
i Nauwkeurig en met goed verstand van zaken toegepast moeten =
ä de inductie-methode en het afgeleide cijfer even stellige en zekere
j uitkomsten opleveren als de rechtstreeksche waarneming. Geschiedt
j dit niet, dan moet dit geweten worden aan gebreken in de toe-
i passing, die men met de astronomen ,,persoonlijke fouten des
waarnemers ," zou mogen noemen. Vooral bij de toepassing der
inductie-methode zijn deze wel eens op zoo groote schaal voor-
i gekomen, dat men veeleer van misbruik dan van gebruik van de
j methode zou moeten spreken. Men verhaalt 2), dat de beroemde ”
1) Streng genomen moet hier nog eene andere becijfering aan toegevoegd
.` worden, want de accijns wordt berekend van het gewicht van het rund vóór
i het geslacht wordt en dus ook betaald van die doelen van het beest, die
j geen eetbaar vleesch opleveren. Doch deze aftrekking van het gewicht van
den ,,afval" kan naar een gemakkelijk te vinden formule geschieden.
j 2) Zie; Moreau de Jonnès, Elements de statistique. 2•= Edition. Paris.
g 1856. blz. 51.
ll