HomeLeiden in 1574Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 866.14 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 16.52 MB

‘ [
i l
j 12
j nog niet te kunnen redden - die gedachte vervulde het gemoed van Boisot
niet diepe neerslachtigheid. Doch wat gebeurt? ’s Nachts verlaat de j
l Spaansche bezetting - Cornelis Joppenzoon, de bekende weesjongen, had
het goed gezien ­- de schans, en op den morgen van den 3°" October ·
kwamen de eerste schepen van Boisot de stad binnen. I
Aan het tooneel dat de uitgevaste en door allerlei lijden uitgeputte j
bevolking opleverde, kunnen wij nog niet zonder een traan in onze oogen i
I denken. In den geest danken wij die kloeke mannen. Wij hebben aan
j hen groote verplichting. Hun roem zal niet sterven, zoo lang vaderlands­ i
§ liefde en heldenmoed gerekend worden schoon te zijn. Mogen deze deug­ I
I den ook onder de kinderen van dit geslacht worden aangekweekt. Fierheid i
op een grootsch verleden is een ijdele zaak, indien zij niet gepaard gaat _x
I met het streven om zich dat verleden waardig te betoonen. ·
I Doch reeds zij, die al dat lijden doorstaan hadden, zijn met een uit-
l stekend bewijs van erkentelijkheid vereerd. Zij ontvingen het van den Prins. Qi
Q Hij ontving dc tijding van het ontzet, terwijl hij zich te Delft bevond
j in de mm2icZdag­ke1·k. Toen de leerrede geëindigd was, liet hij door den
l predikant het heuchelijk bericht van den kansel bekend maken aan de
gemeente, die zich daarop in een vurig dankgebed vereenigde.
Den volgenden dag snelde hij naar Leiden. De vrees van zijn vrienden,
dat de lucht, welke besmet was door de pest, gevaarlijk zou kunnen zijn
voor zijn ter nauwernood hersteld lichaam, hield hem niet terug. Niet
zonder onrecht is hierbij herinnerd aan het woord dat hij kort te voren
had geschreven aan zijn broeder Jan: ,,Zoo wij ten ondergang gedoemd
worden, in Gods naam het zij zoo! In allen gevalle zullen wij de eer
hebben van gedaan te hebben, wat geen natie ooit te voren deed: de eer
j van ons in zulk een klein land, zonder hulp, tegen de geduchte pogingen
l van zulke machtige vijanden ve1·dedigd en gehandhaafd te hebben. Zoo
lang de arme ingezetenen hier, ofschoon door de gansche wereld verlaten,
I blijven volharden, zal het den Spanjaarden nog de helft van Spanje kosten,
aan geld en volk, voordat zij ons ten onder kunnen brengen." ,
Doch wat was het schitterend huldeblijk, dat den stad werd geschonken?
Ieder denkt hier aan de Hoogeschool. Ook haar stichting was een daad
van geloof. Inderdaad er is geen kleine mate van vertrouwen op God in ‘
de oprichting eener Universiteit, eener Kweekschool der muzen, juist op Z,
de plaats waar voor weinig tijds de vreemde overheerscher bijna had
gezegevierd.
In de oirkonde der stichting wordt door den Prins tegenover Filips
. weder het standpunt ingenomen, dat het Wilhelmus uitdrukt in de
bekende regels:
z
( De Koninch van HiSpanien
V- Heb ick altyt gheëert.
rj
pl
j l
[ A
a _ , _ *’ '