HomeLeiden in 1574Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 915.52 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 16.52 MB

F i
rt
l;
10
Men mag ook niet zijn toen reeds afgelegde verklaring vergeten, dat
zonder hem de overeenkomst met den vgund reeds lung zou gesloten zgn geweest,
Hij was in de oogen van de burgerij en van de ilauwhartige regeerings­
leden de man, die de stad voor den Spanjaard gesloten hield. Voor zijn
deur legde men op zekeren nacht een lijk, als een stomme prediker van
het leed dat doorstaan werd, en wereldberoemd is het voorval door Frui-
tiers aldus geboekt: ,,Sommige quamen oock op dezen tyt by den Bor-
ghemeester Pieter Adriaensz., hem voorhoudende heuren grooten honger-
snoot, die sy hem met claechlyken end dreychlycken woorden vertoonden,
meynende dat sy hem hierdoor beweghen souden, dat hy middelen soude
soecken, om met den vianden te handelen. Hy antwoordde hun cort ende
vromelyck: Siet lieve medelorgners, ic/c hebbe eedt gheduen, die ik verkoopt
door den gnever ulder goede gkaven stuntvustelye/c te houden; zoo yky met
myn doot bekomen zyt, ie/c moet eens sterven, ende het is my even vele oft
gny ’t doet op suleken mute ofte de viunt, want myn sueeke is goet, syt gky
i dan met myn doot beáolpen, neemt myn liekuem, snyden dat ontstuelcen, ende
deylt daer van soo veele als stree/een moet, lek lens g/tetroost."
‘ Zijn amptgenoot Baersdorp sprak geheel anders. Het valt niet te ont-
kennen, dat de nood binnen Leiden zoo hoog was geklommen, als hij
bijna nergens elders steeg. Brood, inoutkoeken, hondenvleesch was vol-
strekt niet meer te vinden; honden, katten, ratten en ander ongedierte,
werden als lekkernij geschat. Een gering aantal runderbeesten, om haar
melk zoo lang mogelijk gespaard, schoot er nog over, doch van dag tot
dag werden er eenige van gedood, en het vleesch in steeds kleinere hoe-
` veelheden uitgedeeld, die nauwelijks toereikend waren om de hongerige
j bevolking bij het leven te behouden. Rampzaligen, van honger schier
I bezweken, drongen zich bij menigte om de slagthuizen, waar het vee ge-
H slagt werd, betwistten elkander den afval en lekten het bloed, dat over
den grond vloeide, gretig op . .. doch waartoe hier de beschrijving over~
j genomen eener ellende, welker diepte zich eigenlijk niet beschrijven laat.
Gelijk bekend is was sedert ’t begin van Juli de pest de sterfte komen
verhoogen, welke toch reeds zoo hoog geklommen was.
Laat ons nu zien hoe onder veel bezwaars, hoe laat, zeer laat, maar
daarom des te verrassender de redding is opgedaagd. Het water, dat
Delfiand was binnen gevloeid, stuitte op de zoogenaamde landscheiding,
welke zich nog anderhalf voet boven de golven verhief. Daar nadert
j Boisot, de Zeeuwsche Admiraal met zijn amptgenoot Adriaan Willemsz. Zij
j brachten met zich 700 Zeeuwen, mannen, allen even kloek als ruw, ,,en
op hun lichaam de merken dragende van menig vroegeren strijd voor de ‘
t geuzenzaak gewaagd? Zij hadden op een half maandje, dat zij om den
hals droegen, de spreuk gegrift: ,,Liever Turksch dan Paapsch!" Doch
wat baatte het, of zij hunkerden naar den strijd en of er honderd vaar- J
jj tuigen gereed lagen met levensmiddelen ­­ men kon niet voort, zoo lang ë


j n E
. j ·