HomeLeiden in 1574Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 891.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 16.52 MB

. u
E maanden te ontzetten, niet gehouden had, zij ook van hun eed zich ont-
l slagen mochten rekenen. Er was echter ook een middenpartij en zij stelde
j voor, drie of vier personen af te vaardigen naar den prins -· met vrij- .
jl geleide natuu1·lijk van de Spanjaarden -­­ om hem te vragen, dat hij den ~
magistraat zou ontslaan van den eed, en voorders hen vrij zou laten.
Onder protest van Douza en de hoplieden werd dit voorstel aangenomen,
en verder in dien geest naar Valdez geschreven.
Twee dagen later kwam men weder samen onder den indruk van Bronck- {
{ horst’s dood, en brieven uit Utrecht, die al weder van genade spraken. J
1 Jacob van der Does verklaarde zich bereid de stad met raad en daad te
i dienen, terwijl de meerderheid zich er voor verklaarde, om de aangeboden `
genade niet af te slaan. Toen van Hout vroeg of het niet wenschelijk
; ware, dat ieder’s meening afzonderlijk werd opgeteekend, bleek het dat
g de meesten er voor waren, om aan de Utrechtsche briefschrijvers hetzelfde
’ï antwoord te zenden als aan Valdez gezonden was.
Y Dit was ganschelijk niet naar den zin van Douza, die burgemeester
i' Baersdorp toeriep, dat hij en zün schutters liever in de ongenade dan in
. de genade der spanjaards waren. Zijn verzoek om protest te mogen aan-
V teekenen tegen dit besluit werd hem geweigerd.
Misschien vraagt deze of gene: aan welke zijde stond bij dit belangrijk
voorval de beroemde van der Werf? Het antwoord is: hij was er voor,
dat men den prins zou vragen van den eed ontslagen te worden. Hoe
moeten wij dit verklaren? Hebben wij hier te denken aan ontrouw? Doch
die gedachte moet wijken als wij ons te binnen brengen, hoeveel deze
man voor vrijheid en godsdienst jaren achtereen reeds geleden had. Er is
geen grond voor de meening, dat zijn liefde voor haar een oogenblik ge-
_ weken is. heeft haar ook later nimmer verloochend, maar levenslang
` overvloedig gelegenheid gehad om te toonen, dat zij altijd op hem rekenen j
kon. Het was wel laat toen hij van alle amptsplichten wenschte ontslagen '
te worden, om ,,hoewel gezond van hart, gereedschap te maken, om als
het God beliefde, uit de wereld te scheiden." I) 5
Heeft hem dan een oogenblik de moed begeven? Heeft die anders zoo 1
i onversaagde toen gewankeld? Het is niet ondenkbaar. Ook den moedig- ·
sten kan bijwijlen het hart ontzinken. Maar wanneer wij ons te binnen j
brengen, dat hij onbeschroomd verklaarde de verantwoordelijkheid van den
genomen maatregel tegenover den Prins op zich te nemen, en dat de Prins
ook nooit aan zijn standvastigheid heeft getwijfeld - dan is het plicht "
der billijkheid, om de handelwijze van van der Werff te verklaren uit zijn ë
streven om tijd te winnen. Tijd was voor het ingesloten en op ontzet
hopende Leiden het beste wat toen kon gewonnen worden. ‘
1) Zie Dr. Schotel. Het leven van P. A. van der Werf. J