HomeAntwoord op het beroep door Duitsche geleerden op de beschaafde wereld gedaanPagina 6

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.42 MB

PDF (Volledig document), 7.27 MB

j i
6
verzekerd. Inderdaad deed Duitschland den anderen Mogendheden
weten, dat zij iedere inmenging in Oostenrijk’s aangelegenheden als
een casus belli harerzijds zou beschouwen.
Het volgend punt in Uw rondschrijven, waarbij ik wensch stil te
staan, is waar het heet : " het is onwaar dat wij, Duitschers, ons aan
BeZgié’s onzzjrlzgïzeid ee2jq¢‘epc¢·2,." Heeft een mijner drie-en­negentig
geëerde briefschrijvers kennis genomen van het beroep door den
Duitschen Rijkskanselier von Bethmann~Hollweg op het Ameri-
kaansche volk gedaan ? Het stond op 15 Augustus in de
Amerikaansche bladen te lezen, maar ik moet het er voor houden, dat
geen Uwer het onder de oogen heeft gehad, want de Kanselier zegt
niets meer of minder dan :
" Wij zagen ons genoodzaakt, de rechtmatige protesten van de
Luxemburgsche en Belgische Regeeringen te ignoreeren. Het om#echzt* j
' -om het ding bij zijn naam te noemen-dat wij begaan, zal zooveel *3
doenlijk door ons worden goedgemaakt, zoodra onze militaire plannen {
zijn verwezenlijkt. "
Maar nog voor de Keizerlijke Kanselier met dit beroep op de
Amerikaansche natie voor den dag kwam had hij, op 4 Augustus, de
volgende scliuldbekentenis in den Rijksdag afgelegd :
~ " Onze troepen hebben Luxemburg bezet en zijn op dit oogenblik
naar alle waarschijnlijkheid reeds op Belgisch grondgebied. Dat,
f mijne heeren, is in strijd niet de voorschriften van het internationaal
recht. Het is waar, dat de Fransche Regeering Brussel heeft verzekerd,
~jj dat Frankrijk de onzijdigheid van België zou eerbiedigen, zoolang haar
tegenpartij hetzelfde deed. Maar . . . Frankrijk kon wachten,
wij niet."
Somstijds legt men ons de vraag voor : " Zoudt gij den Slav boven
den Duitscher verkiezen? " Het antwoord komt altijd op hetzelfde
neer: " Ja, nu wij den Duitscher op het oorlogspad hebben gezien, ,
geven wij aan den Slav, den Turk, neen den Hottentot de voor-
. keur ! ” `
Uw geschrift gaat voort, andere beschuldigingen te bestrijden en
beweert bijvoorbeeld, dat gij : " geen menschenlevens in België hebt
verwoest, tenzij gedwongen door de hardste noodzakelijkheid? Ook ‘
ontkent beslist, dat Uwe troepen: " Leuven ruw hebben
bejegend." Het oordeel omtrent dit en andere punten moet door `
feiten worden gestaafd-ze in het vage te argumenteeren heeft heusch _
geen zin.
Uwe uitlatingen over Duitsch militarisme brengen mij met diepe ij
overtuiging te binnen., hoe tot dezen oorlog inderdaad reeds een kwart l .
. eeuw geleden besloten werd, bij de troonsbestijging van Keizer j
E Wilhelm H, die zichzelven tot " Oberkriegsherr " uitriep en van i j
stonde aan zijn volk voor den oorlog begon af te richten. Zijn eigen
kinderen waren nauwelijks aan de kinderkamer ontgroeid, of zij
. betraden den militairen loopbaan en zagen zich op het vak van moord
en doodslag aangewezen; hier, in Amerika, kennen wij zijn dochter
` alleen van een portret, waarin zij in kolovzelsumform paradeert. Even i
VVi_j cursiveeren.
l