HomeAntwoord op het beroep door Duitsche geleerden op de beschaafde wereld gedaanPagina 4

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.41 MB

PDF (Volledig document), 7.27 MB

»l
uur kon worden geschikt, te zeer haar hart op oorlog gezet en in deze
voornemens werdzij door den Duitschen Keizer en de militaire partij
l in Duitschland gestijfd, zooals ronduit wordt erkend in de officieele
verklaringen op dit punt.
Het Duitsche Witboek windt er geen doekjes om. Het zegt :
" Wij zijn in staat, onzen bondgenoot (Oostenrijk) van onze harte-
lijke instemming te verzekeren ten aanzien van het door hem ingenomen
standpunt ; wij beloven hem met elken stap accoord te gaan, die hij `
noodig mocht achten om aan de beweging in Servië tegen het bestaan
van de Oostenrijksch~Hongaarsche monarchie gericht paal en perk
j te stellen."
l Zooals ziet, mijn waarde Dr. Schaper, kwam het geen oogenblik
in den Keizer of zijne raadslieden op, de quaestie te doen uitmaken.
door het Haagsche Hof of om te trachten, haar in_ een conferentie
van de Groote Mogendheden tot een vreedzame oplossing te brengen.
Bedenk wel, het punt, waarom het hier gaat, is uit te vinden, wie
dan oorlog begon. De Duitsche uiteenzetting luidt verder 1
‘ " VVij wisten zeer wel, in dit verband, dat krijgsverrichtingen
_ van Oostenrijk­Hongarije’s zijde tegen Servië ondernomen, Rusland
( in de zaak zouden betrekken en ons in een oorlog zouden kunnen
wikkelen, in overeenstemming met onze verplichtingen van bond- ,
[ gen0ot."
· Ik hoop dat gij deze laatste zinsnede met bijzondere aandacht
E zult lezen.
l In het Engelsche Witboek treffen wij alle telegrammen aan,
· gewisseld tusschen het Engelsche Ministerie van Buitenlandsche
Zaken (Foreign Office) en geteekend door Sir Edward Grey zelven en
de diplomatieke ambtenaren van de andere Mogendheden, den Duit-
schen Rijkskanselier inbegrepen. Deze telegrammen, ontvangen door
en uitgegaan van haar eigen Ministerie van Buitenlandsche Zaken,
werden, vreemd genoeg, door Duitschland in de door haar gegeven
voorstelling van den loop van zaken met overlegd.
Op 24 Juli stelde Sir Edward Grey door tusschenkomst van den
Engelschen Gezant te Berlijn voor, eene conferentie bijeen te roepen
van Duitschland, Italië, Frankrijk en Engeland, voor het geval de
betrekkingen tusschen Oostenrijk en Rusland een dreigend karakter
mochten aanemen-een voorslag, dien hij den dag daarop tegenover
den Duitschen Gezant te Londen herhaalde. De Keizer keerde den
­ 26en in allerijl naar Berlijn terug (hij was met, zooals zijne advocaten
in Amerika hardnekkig blijven beweren, " van huis, met vacantie,
toen de oorlog uitbrak ") en Sir Edward Grey hield nogmaals aan,
- om zijn denkbeeld van eene conferentie om tot een minnelijke oplossing
l _ te geraken, er door te krijgen. Den volgenden dag seinde de En- Z
gelsche Gezant te Berlijn hem dienaangaande :
" Staatssecretaris zegt dat conferentie als voorgesteld practisch
. zou neerkomen op een arbitrage­hof en dit kan zijns inziens alleen
j worden samengeroepen door Oostenrijk en Rusland. Hij zou mitsdien
E niet op Uw voorstel kunnen ingaan, hoezeer ook overigens bereid
( tot het behoud des vredes mee te werken. Ik wees er hem op, dat
Uw denkbeeld heelemaal niet gericht was op arbitrage, maar alleen ,
bedoelde, dat de vertegenwoordigers van de vier naties, niet onmid-