HomeAntwoord op het beroep door Duitsche geleerden op de beschaafde wereld gedaanPagina 3

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 7.27 MB

\`
il . i
I
3 E
hierop gegeven, 3° het Engelsche Witboek, 4° het Duitsche Witboek, j
‘ ' 5° het Russische Oranjeboek, 6° het Belgische Grijsboek. Men vindt
l in deze uitgaven de brieven en depêches opgenomen, die de respectieve f
j` regeeringen geopenbaard wenschten te zien, opdat de wereld zich een
j oordeel omtrent de rechtvaardigheid van ieder’s zaak in het bijzonder ­
; zou kunnen vormen. Terwijl ik dit schrijven tot U richt, liggen al ;
j deze bescheiden vóór Het intrigueert mij, of men ze in Duitsch-
j land algemeen verspreid heeft; het komt mij hoogst wenschelijk
j voor, dat Duitschers dezelfde gelegenheid als mijne landgenooten ·
{ zouden hebben, om van deze stukken volledig kennis te nemen. H
Werd deze oorlog inderdaad aan Duitschland opgedrongen? Komaan «
. laat ons zien, welk antwoord ons dossier op die vraag geeft ! Q
Het is van algemeene bekendheid, dat Oostenrijk zes jaar geleden,
; in 1908, de beide gewesten Bosnië en Herzegovina inlijfde. Zulkeen H
‘ arbitraire handeling zet uiteraard kwaad bloed en de hersenen van j
j sommige menschen weigeren, onder zulkeen provocatie op normale
,; wijze te functioneeren. In J uni van dit jaar begaf zich de Oostenrijk-
jl sche Troonopvolger, Aartshertog Frans Ferdinand, op tournée door
N deze geannexeerde gewesten, waarvan de bevolking hem beschouwde
{ als niet gerechtigd tot het gezag, als een indringer, een geweldenaar,
‘ een dwingeland. werd te Serajevo vermoord. Het was een
j laaghartige aanslag, overal en door elk rechtgeaard mensch veroor-
Q deeld.
j Oostenrijk maakte onmiddelijk van de gelegenheid gebruik om
{ Servie voor den moord aansprakelijk te stellen en zond, na een lang
stilzwijgen gedurende hetwelk zij zich wapende, een ultimatum aan
j Koning Peter’s Regeering, waarbij tien categorische eischen werden
j geformuleerd, van een meer veeleischend karakter, tegenover een
onafhankelijken staat als Servië, dan ze ooit aan éénige natie door een
I andere werden gesteld. Toch willigde Servie ze alle in, met uitzon-
dering van clausule No. 6, tot de inwilliging waarvan zij zich ten deele
bereid verklaarde. Dit artikel bevatte de ongehoorde voorwaarde,
I dat Oostenrijksche juristen zitting zouden nemen in het Servisch I
H gerecht, waarvoor de beklaagden (di. de Servische medeplichtigen
aan den misdaad zelven, te Serajevo te berechten) zouden hebben
te verschijnen. Zelfs in dit geval ging Servië zoo ver van in principe
toe te geven, hoezeer zij niet kon nalaten er op te wijzen-en niet
ten onrechte !-dat zulkeen inmenging van Oostenrijksche zijde
j in hare rechtspraak in strijd was met de Servische Grondwet. Ten
M overvloede stelde Servië in haar antwoord nog voor, dat indien er eenige
' punten waren, waarover Oostenrijk zich onvoldaan mocht verklaren,
j deze middels diplomatieke besprekingen tot een goed eind gebracht,
‘ï dan wel aan de beslissing van het Haagsche Arbitrage-Hof of aan
die van de Groote Mogendheden onderworpen zouden worden.
In deze geheele aangelegenheid toonde Servie een geneigdheid
om tot minnelijke schikking te komen en den vrede te handhaven,
zooals de beschaafde wereld sinds vele jaren getracht heeft ze in de
buitenlandsche betrekkingen van alle natiön te zien toegepast. Men
vergete niet, dat Servië juist twee bloedige oorlogen achter den rug
had en dat hare krachten voor het oogenblik waren uitgeput. Oosten-
rijk had echter, hoezeer overtuigd, dat de geheele quaestie in een half
(B 865-Gp. 5)
jl /j/,.