HomeEen Nederlander in geteisterd BelgiëPagina 56

JPEG (Deze pagina), 675.38 KB

TIFF (Deze pagina), 4.44 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

li `
lï ` ·*
! 48
l Uit een gesprek met den le-luitenant L. bleek mij toen i
, ·0ok, dat het garnizoen van Brussel al eenigen tijd voor
jl; ’ vijandelijkheden van de bevolking bevreesd is. In het station
_ was men nacht en dag ,,in Alarmbereitschaft."
t De 1e-luit. L. kwam mij weder hartelijk tegemoet en
stortte zijn hart er over uit, dat de toon van de Brusselsche
burgerij in den laatsten tijd zooveel erger was geworden.
Q Men ging niet meer voor de Duitsche soldaten opzij. De
soldaat had op straat van den kant der schertslustige Brus-
selaars vaak spot te verduren. ,,X/anneer heeft men ooit
gezien, riep hij uit, dat een leger, dat als overwinnaar een
vijandelijke stad binnengetrokken is, zich met zoo erbarme-
VV lijke huisvesting tevreden stelt. De stad heeft zich aan ons
V moeten overgeven; wij hadden het recht en de macht tot
ibrandschatting, en u ziet, dat mijn soldaten in wagons en
i op den grond den nacht doorbrengen!"
Aan de Duitsche soldaten in Brussel was nu order
gegeven om op het trottoir niet opzij te gaan en, indien
men den spot met hen dreef, met een oorvijg te antwoorden,
of onmiddellijk den burger in arrest te nemen.
Men moet overigens toegeven, dat de houding der Duit-
schers in de hoofdstad voorbeeldig was en dat het Duitsche
l militaire bewind alles gedaan heeft, om de rust in de stad
te helpen handhaven.
Y Den volgenden dag begaven de beide monseigneurs en ik
ii ` ons naar den militairen gouverneur, ten einde paspoorten
, te vragen voor ons vertrek naar Nederland. De beide geleer­
den voelden zich niet bijster veilig en rustig meer in Brussel
g na de pijnlijke gebeurtenissen, die zij doorleefd hadden, en
wenschten naar Valkenburg en daarna wellicht naar Enge- i
ï land te vertrekken.
W In het ministerie van buitenlandsche zaken werden wij
. Q terstond bij Z. E. toegelaten. Hij drukte zijn diepe spijt uit i
T . over de vernieling van Leuven's schatten. ,,Het is ongeluk-
r kig. Er is over en weer wantrouwen; een vijandige daad, of
r de schijn daarvan, lokt een réprésaille uit; de haat wordt f
, ’ heftiger, men gaat tot excessen over; de vrees vermengt zich
1 J
. 1 T
ii l ä
xt j 1