HomeEen Nederlander in geteisterd BelgiëPagina 30

JPEG (Deze pagina), 692.06 KB

TIFF (Deze pagina), 4.39 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

· J
22
daar als een fijne sproeiregen aan alle zijden af te dalen. i
jj Het merkwaardige was dus, dat de Duitschers den voort-
gang ·«van den door hen zelven aangestoken brand beletten ‘,
door bluschmiddelen. De brandspuiten waren zóó opge- ‘
F steld, dat het vuur zich niet in de richting van het stadhuis
§ kon uitbreiden, waar de troepen gehuisvest waren. Naar
andere richtingen zette de brand zich voort. De Hallen met
de bibliotheek schijnen vroegtijdig in brand te zijn gestoken.
g Want het huis aan de eene zijde, als ik mij niet vergis het
tehuis van de Spaansche studenten aan de Leuvensche
Universiteit onder pater Catala, was nog gespaard. Van
buiten de stad had men al vroeg en in 't donkerste van
den nacht in een hoog oprijzenden vuurzuil fladderende
E vonken gezien. Dit waren de incunabelen, de kostelijke
,,{ livres d`heures, zeldzame, pas ontdekte vroeg-middeleeuw-
i sche manuscripten. Zoo wist men dus bijv. in 't Couvent des
Prémontrés eerder dan in de stad, dat de weergalooze
bibliotheek van Leuven, de trots en de roem van gansche
arbeidzame geslachten, voor altijd was vernietigd. z
In sommige huizen, waarvan de muren nog overeind ston-
Q den, maar het dak begon door te branden, loeide het vuur
"’ omhoog. Andere storten krakend en donderend ineen. Op
l' de straten vertoonde zich geen mensch, dan de enkele
soldaten, die te zorgen hadden, dat het vuur het stadhuis
niet bereikte, en anderen, die met uitzinnigen blik wat doel-
loos heen en weer liepen. Op zulke oogenblikken, dat men
als 't ware de willekeur ziet regeeren en den eerbied voor
alles wat voortreffelijk en kostelijk is met voeten getreden
ziet, dan schijnt het leven alle waarde te verliezen. Men kan
jj zich gemakkelijk voorstellen, dat zij, die tegen den muur
worden geplaatst om gefusilleerd te worden, in diepe verach-
ting zwijgen, of hooghartige woorden spreken. Toen ik nog-
l maals door een paar soldaten werd aangehouden gooide ik
gl ze nijdig mijn paspoort toe: ,,Dat kun je toch niet lezen, jou
kerel", en toen ze met hun geweren dreigden: ,,Breng me
O onmiddellijk naar de wacht, dan zullen wij zien, wat jullie
[ voor een aframmeling krijgt". Toen lieten ze me gaan.
. {
4 ä