HomeEen Nederlander in geteisterd BelgiëPagina 18

JPEG (Deze pagina), 686.36 KB

TIFF (Deze pagina), 4.41 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

.I'
ï
§, 10
°= jegens de talrijke Duitsche cliëntèle kwijten. Er komen twee
Duitsche soldaten uit een reserve­regiment (de linie­regi­
menten worden allen naar het front gezonden) binnen; ze
vragen bier en beginnen onmiddellijk een gesprek: Wir
ij Deutsche sind gutmütige Menschen, enz. enz. De Sody's
il bedienen vlug en correct, glimlachen even, maar antwoor-
j den niet en trekken zich terstond terug. ”
ii Vooral de reservist begint elk gesprek op deze wijze. Hij ,
verontschuldigt zich en schijnt zich te schamen. Hij weet,
wat in de dorpen verloren is gegaan. Hij is huisvader en
ä V voelt, wat de algeheele vernieling van huis en gezin betee­ ’
; kenen moeten. De jonge Duitsche soldaat spreekt er altijd
heel anders over. Hij wijst voldaan op de verwoestingen en
roept ons toe: ,,Ja, zoo moeten ze maar doen; laat de
; kerels maar eens iets beginnen tegen het Duitsche leger!"
A De stad is van berichten verstoken; de Duitsche soldaten
E brengen zelf de wildste geruchten in omloop. Sommigen
Q vertellen o. a. aan mij dat ze door Maastricht heen ons
§ land zijn binnengekomen. Ze hebben Nederlandsche centen
{ in hun zak en vertoonen pakjes cigaretten van een te Maas-
{ tricht gevestigde firma. Dit heeft voor mij het alleronaan-
¥ genaamste gevolg, dat ik in twee hotels in de Brusselsche·
l straat, n.l. in ,,De Vlaamsche Leeuw" en een ander, na een
i kamer te hebben gekregen, zoodra ik mij in het hotelboek
als Nederlandsch onderdaan heb ingeschreven, mij onder
een voorwendsel het logies weder ontnomen zie.
Sody ontfermt zich over mij, maar in den Vlaming,
pastoor v. U., vind ik weldra mijn gastheer voor den vol-
genden nacht. Hij is de ammönier des prisons en door Mgr.
Mercier gebeden in deze moeilijke omstandigheden die taak
te blijven vervullen. Hij is het type van den gastvrijen
Vlaamschen priester, wiens denkbeelden in de atmosfeer van
Leuven verruimd zijn. Alle verschilpunten met mij, die een
,,bougre de Protestant" ben, zijn nu vergeten en men be-
treurt het, dat het contact met deze aardige Vlaamsche
geestelijke persoonlijkheid niet nog nauwer zijn kan.
's Avonds komen eensklaps twee semiartsen binnen, waar-