HomeEen Nederlander in geteisterd BelgiëPagina 15

JPEG (Deze pagina), 655.55 KB

TIFF (Deze pagina), 4.46 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

l 7
‘ den broeder van een ooggetuige. lk heb later getracht, te
zamen met een Leuvensch notabele, dezen laatste te spreken
· te krijgen, maar hij was daartoe niet bereid, geschokt als
hij was door de vreeselijke gebeurtenis, welke hij had bijge-
woond. X. vertelde mij dan, dat zijn broeder plotseling met
29 anderen, onder wie de burgemeester, zijn broeder, zijn
zoon en een priester, was gegrepen en voor een sloot was
opgesteld. Voor geen der anderen buiten dien zoon bestond
_ ook maar de minste aanwijzing van schuld. Zij waren met
` verwonderlijke willekeur uit hunne huizen gehaald, naar de
tranchée gebracht en geblinddoekt, met uitzondering van X.
Deze heeft de fusillade moeten aanschouwen, moeten helpen
om de lijken te begraven en is daarna weggejaagd in de
richting van Leuven, met de opdracht, te vertellen wat hij
Y gezien had. De eerste bedoeling van de Duitsche militaire
I overheid schijnt te zijn geweest, zooveel mogelijk verbrei-
Y ding te geven aan de gestrenge maatregelen, die zij tegen
, de dorpen nam. De ontmoeting, waarvan ik in mijn
° vorigen brief vertelde, bewijst, dat men later vreesde, dat
_ integendeel de vijandschap tegen het Duitsche leger bij de
' bevolking nog zou toenemen. Met zulke strenge straffen
j bereikt men of intimidatie of een zoo geweldigen haat, dat
I berekenende vrees voor straf en de overweging van veilig-
; heid geheel op den achtergrond geraken.
; l Van verschillende officieren hoor ik ook de volgende
a opmerking: De Vlamingen. gemoedelijker en minder harts-
, tochtelijk, hebben zich over het algemeen zeer goed in de
1 Q noodzakelijkheid weten te schikken om zich neer te leggen
: q bij den door de binnenkomst der Duitsche troepen gescha-
, i pen nieuwen toestand. Dit is veel moeilijker geweest voor
1 de Walen. Zoo maakten verschillende officieren een groot
t , onderscheid tusschen de houding van den Vlaamschen
­ ' dorpspastoor en zijn Waalschen collega. De eerste, zeiden
I: g zij, was geneigd in den overheerscher den mensch te zien
, “ van dezelfde drijfveeren als hij, enkel door andere omstan-
digheden en onontwijkbaar bevel tot andere rol geroepen.
,_ Een Vlaamsch pastoor bood vaak onmiddellijk eigen slaap-
E