HomeEen Nederlander in geteisterd BelgiëPagina 10

JPEG (Deze pagina), 642.43 KB

TIFF (Deze pagina), 4.44 MB

PDF (Volledig document), 39.07 MB

a
, Ook de geprikkelde stemming tegen Nederlanders was hin-
` derlijk merkbaar. |
l De N. R. C. heeft uitvoerig den marsch der Duitsche ,
troepen over de Belgische wegen beschreven. De intocht in f
` Brussel op 20 Aug. maakte op de bevolking een verplet-
L terenden indruk. In ieders ooren klonk de stap der com-
, pagnieën als de herhaalde slag van één enkelen hamer op 1
een aambeeld. De strenge discipline der troepen werkt ont-
nuchterend op de irivole stemmingen van het publiek. ,
Omgekeerd wordt het leger klaarblijkelijk geïntimideerd ‘
è door het wezen der hoofdstad. Hierop komen we later j
V terug. I
Den 21en Aug. ben ik over Tervueren naar Leuven ge- »
j loopen. Het stof, dat de gestadig passeerende colonnes
T opwerpen, is buitengewoon hinderlijk. De in Leuven terug-
, keerende vluchtelingen groeten onophoudelijk alle militai­
i ren, welke zij tegenkomen. De officieren salueeren terug. j
ä Voor Leuven zijn enkele groepen huizen uitgebrand en ‘
l doorzocht. Het deed mij vreemd aan, van de, tusschen het j
j stukgeslagen huisraad moedeloos neerzittende bewoners, ,
A ongevraagd te moeten hooren, ,,dat de Duitsche soldaten
A goedmoedige menschen zijn," maar dat zij zelven niet had- j
den moeten vluchten. Zagen zij mij misschien voor een
Duitschen spion aan? l
Het garnizoen in Leuven schijnt al iets van de plundering I
der dorpen te hebben meegemaakt. De gezichten zijn onrus- l
tiger, de sterke discipline is wat verslapt, en de gemoede· j
lijkheid ontwricht. Als met trommelslag een burger tusschen
een peleton soldaten wordt gevoerd, om een proclamatie i
van den commandant in het Vlaamsch te verkondigen,
loopen uit alle straten Duitschers toe ,,om den verdammten j
Kerl te zien fusilleerenl"
De houding der bevolking was zeer correct; in de volks- A
buurten scheen de Duitsche soldaat mij toe, op zijn gemak
te zijn.
Toen ik 's avonds met den pastoor v. U. liep te praten,
werden wij aangesproken door een sergeant­majoor, die
l
I