HomeBeknopt overzicht der MaaskwestiePagina 18

JPEG (Deze pagina), 737.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 14.28 MB

,« .
l
­- 15 -
ren, dat velen onzer, minder veerkrachtig waren dan kon verwacht
Q worden en moedeloos de handen in den schoot legden?
L; Onwaar is het, dat wij Limburgers sinds 75 jaar niets heb-
1 ben gedaan;
` onwaar, dat wij zelf de schuld dragen van onzen achter-
i uitgäügä . .
onwaar, dat wij geen goede Nederlanders waren; maar
waarheid is, dat onze belangen schromelijk werden verwaar-
_ l , loosd door verschillende opvolgende Regeeringen ;
waarheid, dat Limburg steeds het stiefkind was van Nederland;
waarheid, dat de Belgische Regeeringen zorgden voor hunne
ï landzaten en wel ten onzen nadeele, terwijl onze Regeeringen,
door hare vreesachtigheid en kleinmoedigheid de kracht waren
j der Belgen en zij de hinderpalen waren, geslagen op den weg
lj van Limburg’s vooruitgang;
waarheid is, wat wijlen P. REGOUT schreef in 1859 aan het
adres der Nederlandsche Regeering: >>Y/at zouden onze voor-
»ouders hebben gezegd, indien zij kennis namen van Uwe hou-
j »ding? Zou men ons niet als verbasterde zonen van het voor-
ä_ »geslacht hebben beschouwd, die door gebrek aan veerkracht en
l »moed zich zelven al het kwaad te wijten hebben, dat hun mocht
j »overkomen ; .
’ waarheid is, dat Limburg vrij kan uitgaan en bezweken is
u onder den haast stelselmatigen tegenstand van Regeerders, die
vrienden moesten zijn, doch met onverschilligheid en nalatigheid
onze belangen hebben opgeofferd.
De Nederlandsche Leeuw, voorgesteld eertijds, fier zich op-
richtend, zinnebeeld van moed en van kracht, diende, volgens de
{ rede van VAN Zuvuïn vAN Nvnvnu", in zake de Maaskwestie,
j uitgeteekend te worden, wegkruipend en met den staart tusschen
. de beenen;
t waarheid is, dat Nederland in 1839 heeft gewild, dat Limburg
jg bij Nederland zou blijven;
waarheid, dat op Nederland dan ook de plicht rust, Limburg
zijn deel te geven van de nationale welvaart;
gi waarheid, dat wij steeds waren oprechte Nederlanders en dat
de Koningin geen trouwere onderdanen heeft dan de Limburgers;
waarheid ook, en deze vergadering bewijst het, dat wij lang
l .