HomeBeknopt overzicht der MaaskwestiePagina 11

JPEG (Deze pagina), 812.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 14.28 MB

- 8 _.
lieden, schippers, expediteurs enz. en door de Kamers van Koop-
handel van Maastricht, Venlo, Dordrecht, Eindhoven en Rotterdam.
THORBECKE en van WINTERSHOVEN interpelleerden in de 2de ..
Kamer, PETRUS REGOUT in de le Kamer en de Regeering gat E
de verzekering dat onze belangen met klem en nadruk zouden I
worden behartigd. ,
Toen echter in 1856 nog steeds niets gedaan was, interpelleerde
THORBECKE opnieuw en het antwoord der Regeering was eene
nieuwe bevredigende verklaring van Buitenlandsche Zaken, dat
met België onderhandeld werd. Eene commissie van 5 leden, in
dit zelfde jaar benoemd en bestaande uit de Heeren:
BIERUMA OOSTING, ,
Hovnck van PAPENDRECHT,
STRENS,
BOTS en
STORM vAN ’s GRAvEsAnbE
was in haar rapport van 28 April 1856 van oordeel, dat het
hoogst gewichtige adres der K. v. K. te Maastricht ter griffie
der Kamer gedeponeerd zijnde en aangezien de inlichtingen van
de Ministers van Binnen- en Buitenlandsche Zaken nog niet ge-
geven waren, de zaak nog niet in staat van wijzen gebracht en ·
derhalve tot een verder onderzoek niet kon overgegaan worden.
De Commissie vermeende echter van deze gelegenheid gebruik
te moeten maken, om nadruk te leggen op het gewicht der hier
betrokken belangen, zoowel voor Limburg en Noord-Brabant, voor
welke provinciën de waterwegen Maas en Zuid­X/illemsvaart
onontbeerlijk zijn, als voor vele andere gedeelten van ons land.
Waar de Regeering het belang dat Nederland heeft bij de be-
hoorlijke instandhouding dezer twee waterwegen, alsmede de ge-
grondheid der ingekomen klachten erkent, vertrouwt de Commis-
sie, dat de Regeering deze zaak met al den ernst, dien zij verdient, r
a zal behartigen en alle gepaste middelen zal in het werk stellen, K,
om onze belangen en onze rechten bij het Belgische Bestuur te f 4
. verdedigen en te handhaven, opdat zoo spoedig mogelijk het ge- l
wenschte doel zou bereikt worden.
De Commissie eindigt met aanbeveling dezer gewichtige aange-
j legen/zeirl aan de bäzondere zorg der Hooge Regeering.
Het rapport kwam in 1856 bij de Kamer in behandeling en
THORBECKE verklaarde zich tegen eene Commission /1/Iixie 1) omdat
l 1) Belast niet liet onderzoek der zaak in het algemeen en met het beramen van
middelen om de belangen van de scheepvaart en van de irrigatiën te bevredigen.
t