HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 49

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

47
`i het strijdend socialistisch leger steeds weer nieuwe scharen ·
rekruten toe, niet slechts uit hun eigen klasse, doch ook, omdat 1
deze verschijnselen alle verbruikers treffen, uit andegre 4;
` maatschappelijk minder welgestelde kringen. En niet minder is l
dit het geval met de politieke werking, door de heer- I
` schappij der bourgeoisie over den Staat uitgeoefend.
D»E POLITIEK DER BOURGEOISIE. - Twee punten hebben W
wij hierbij te bespreken: 1e. de gevolgen der boven geschetste
` ekonomische wijzigingen in het kapitalisme voor het politiek
optreden der bourgeoisie, en 2e. die, welke voortvloeien uit den
_ klassenstrijd zelf en de stijgende macht, daarin door het
proletariaat veroverd.
Wij zagen de geldvorsten der trusts en der groote banken
meer en meer de industrie beheerschen en ,,door hunne beschik-
king over grondstoffen, vervoerwezen en bedrijfsmiddelen de _
_ geheele maatschappij aan zich schatplichtig maken". (§ Q.) Het
ligt voor de hand, dat daarmede hun toenemende invloed op de
regeeringen hunner klasse gepaard gaat. Hoezeer zij bestuur en
wetgeving aan hunne belangen dienstbaar weten te maken,
ondervindt de groote massa des volks in den tot het onzinnige
stijgenden druk van militaire uitgaven en in den rooftocht, door ,
de regeeringen der meeste landen ten bate der groot­kapitalisten
in den vorm van hooge invoerrechten op touw gezet. Een paar
cijfers, om de beteekenis hiervan in het licht te stellen. Men
vindt ze in een artikel van M. Nachimson, ,,Die Militárausgaben
der europäischen Grossmächt·e" iin ,,D·ie Neue Zeit" van I4 April __
IQII en zij zijn, daar de schulden der betrekkelijke landen, ook ‘ 1
waar zij door leeningen voor militaire uitgaven zijn veroorzaakt,
niet zijn medegerekenrcl, lager dan de werkelijkheid. De opgaven
hebben betrekking op Duitschland, Engeland, Frankrijk, Oosten-
rijk­Hongarije, Italië en Rusland en loopen over de tienjarige tijd-
perken 1871-188o, 1881­­~18go, ISQI-IQOO en IQOI­­-IQIO. Zij
leeren ons, dat de genoemde landen voor militaire zaken uitgaven
i in deze veertig jaren 85.816 m«illio·en gulden. Hoezeer deze uit-
[ gaven to en a m en, blijkt, als men berekend, wat zij bedroegen
gemiddeld per jaar in elk dier ·tienjarige perioden. Dat jaarlijksch
bedrag was: 1871-1880: 1418; 1881-1890: 1774; 1891-igoo:
2206 en 1901-1910: 3205 millioen gulden!
Europa verkeerde in deze veertig jaren in het tijdperk van 1
den ,,gewapenden vrede", die langzamerhand een druk op de
« natie’s begint uit te oefenen, erger dan de nadeelen der vroegere
oorlogen. Breekt er thans een oorlog tusschen de groote
. i mogendheden uit, dan zijn de legers en vlo«ten zoodanig bewapend,
_ dat ons ,,beschaafd" Europa het tooneel wordt van een verwoes-
ting en een moordpartij, die aan barbaarschheid alles, wat de