HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 46

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

e l 1 Z * r 1
i i
ï * A 44
N l
door bepaalde ondernemingen ·winst is te behalen, op risiko,
i uit spekulatie, in het wilde weg. Zijn de produktiekrachten, die
in het groot werk-en, een tijdlang tot het uiterste gespannen
geweeste, dan is de markt overvoerd, dan is er over- ·
produktie. Hoe is het mogelük, dat er ellende ontstaat,
l g doordat ·er te veel is voortgebracht? Omdat de zaken moeten ‘
bestaan van den verkoop en zij schade lijden of te niet gaan,
g als zij het voortgebrachte niet, of niet voor winst, tijdig van ~·
de band kunnen doen. En ïdit komt voor menig artikel juist
j daardoor, dat de loonen der grootste verbruikersklasse, van de
arbeiders, zoo laag en dus ,,de koopkracht der massa" zoo
l j gering is. Bij maat s chap p·elij ke regeling der voortbrenging,
l j niet om winst, maar naar de behoefte, zouden natuurrampen,
slechte oogsten en dergelijke óók schade. in het bedrijfsleven
veroorzaken, maar d­e uit het voortbrengingsstelsel
zelf voortvloeiende oorzaken der huidige krisissen zouden
f i dan zijn vervallen.
,j Er wordt bij menige krisis getwist over de vraag, of zij een ­
gevolg was van over-­produktie of van spekulatie. Voor de
j . arbeidersklasse is dit gelijk; ook de spekulatie, samenhangend
ll met het kredietwezen, in de hand gewerkt door de macht van
w y enkele kapitalistische geldvorsten over de markt en de koersen
it der aandeelen van groote ondernemingen, is een verschijnsel
van het kapitalisme. En waar de groote trust een der oorzaken
van de krisis, het on g e r e g e l d e der voortbrenging, op menig
pi? gebied gedeeltelijk opheft, werkt zij juist de spekulatie, het
, spelen op de beurs in de hand. Zoo blijft dan het krisisgevaar
dreigen en breekt nu en dan uit met al den nood, die de werk-
1° loosheid uitstort ook over de beter betaalde arbeiders.
Daar is verder een der gevolgen van wat óók eigen is aan het ‘
2 7 kapitalistisch tijdperk: de trek naar de groote steden, het gebrek
j r aan woningen, de stijging van grondprijs en Woninghuren. Juist
E ·de industrieele en stedelijke arbeiders ondervinden hiervan de {
gevolgen, al blijven de arbeiders op het platteland in menige [
streek en in kleinere steden vaak ook niet gespaard. Volgens Q
g beschouwi·ngen, steunende op ambtelijke enquêtes en s·tatistieken, j
steeg in Berlijn ·de huur der gemiddelde ar‘be1id·erswonin=g van `
? 130 gulden in 1880 op 180--240 gulden in 1910. ln d­e voorstad
ij Schöneberg betaalden in 1910 van personen met een inkomen
1 van f 720-f 9oo drie vierde meer dan 23-2 5; de helft meer dan
Q 30-32 en één vierde zelfs meer dan 45-48 procent van hun
1 geheele inkomen voor woninghuurl) Terwijl gemiddeld ieder
1 arbeider bij geregel·den arbeid van 300 dagen het loon van 43.3
P dagen voor woninghuur noodig had in 1893, werd daarvoor in
·l
’) Dië Vcrtcucring der Lebensmittel in Berlin von G. Brutzer. .
1