HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 36

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

l y 2 ‘ » j
j ägj i (
* ii; · S4 ·
i zaaizaad en dergelijke, maar ook voor den gem-eenschappelijken
verkoop der produkten, met al wat daartoe behoort en voor
E jl; het verschaffen van een goedkoop krediet. Hierdoor weet ook
(Y; de kleine boer zich de voordeelen van het grootbedrijf te ver-
{ schaffen, die in de industrie vrijwel het monopolie der groot- . ‘
‘ ,,5 kapitalisten zijn. In het zuivelbedrijf kwam de fabriekmatiige be- j
reigg zelfs het kleinbedrijf nog meer dan het igrootbedrijf ten
~ ig, gO C.
l iiê Het kleinbedrijf in den landbouw is dan ook over het algemeen
f meer produktief dan het grootbedrijf. Een onderzoek naar de ·
E opbrengst van ruim een honderdtal boerenbedrijven in Zwitserland
’ ­ heeft aan het licht gebracht, dat de grootbedrijven per hektare
g fr.383.59, de kïleinste bedrijven fr. 657.77 opbrengen. Een
l ïêj dergelijk onderzoek in Denemarken toonde aan, dat de netto-
g lïi opbrengst der kleine bedrijven (omstreeks 5 hektare) per hektare
gïë op goeden grond 60 en op slechten grond 300 procent hooger is
l dan van de groote bedrijven. Het getal koeien in kleine bedrijven
ïjj is naar evenredigheid veel grooter dan in groote. In één woord:
de kleine bedrijven zijn meer intensief dan de groote en krijgen
. il: meer voorsprong op deze, naarmate in Europa door de over-
W zeesche konkurrentie de graanbouw meer moet plaats maken voor
;’ bouw van vruchten, waaraan meer arbeid besteed en Waardoor
lj meer uit den grond gehaald wordt (intensieve kultures).
, gi . Men vindt dus de ontwikkeling der industrie niet in de land- ‘
W bouwbedrijven terug. In hoeverre hierin verandering zal kunnen Q
‘‘ komen door uitvinding en meerdere toepassing van nieuwe ­
. lj, - machines, is niet te zeggen. Op dit gebied is alles mogelijk _ .
" ‘ gebleken; een feit is, dat verschillende arbeidbesparende machines ï
` ij, · (men denke aan de melkmachine) nog slechts spaarzaam
jlg worden gebruikt, doch bij' rationeele inrichting van het groot- i`
bedrijf goede resultaten opleveren. Men denke ook aan de groote 7
; technische veranderingen in den tuinbouw, waardoor deze veel
{ meer onafhankelijk wordt van de natuurlijke gest·eldhei·d van .
den bodem, klimaat enz. en haast het karakter der industrie
gaat aannemen. In elk geval zou het voorbarig zijn, in ïdit `
opzicht te stellige konklusies te trekken. VV`ij‘ hebben echter i
‘ lgl te vragen wat tot helden de feiten zijn en deze ncpen ons, te 1
. · erkennen, dat de technisch-kapitalistische drang, ·di·e in ide industrie
l door het grootbedrijäf heen naar ·de overname daarvan door de i
maatschappij zelve voert, niet de drijvende kracht is op het
. terrein der landbouwbedrijven. Hoogstens kan men zeggen, dat
de techniek ook daarop ver genoeg is gevorderd, om, na en g
* {gi door invoering van het maatschappelijk grootbedrijf, èn voor i
‘ de voortbrenging zelve, èn voor de voortbrengers, betere resul- _ l
( taten op te leveren dan thans.
M jI Intusschen openbaart zich de overgang van het voortbrengings- ‘
{~ l‘
w» H
jl
l L
l
àl W ~ .
- . Y ’ ;,;;;;;:‘*’ï* 2 Y··r·W·#‘·‘te~······r·­·~····*-·­­-­···--·-*>-7-lit A `