HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 30

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

I ­ ‘ is . ­
’ ë 28
I`
j l de kapitaalsooncentratie, di·e m·eer en meer plaats vindt bij *
‘ de groote geldbanken en deze banken maken, doordat de
; . industrieele ondernemingen van hen steeds meer geld en krediet
g r behoeven om de zaken te doen, de industrie meer en meer van i
zich afhankelijk, in die mate, dat zij vaak feitelijk de leiding ä
j ervan in handen h·ebben. Van die kapitaalsconcentratie krijgt
j men eenig denkbeeld, als men weet dat in Engeland, behalve j
d·e Bank of England, het getal groote bank-en in 1890 bedroeg
§ , 104, tegen 44 in 1911, terwijl het door hen uitgeleend en gedis·­
g j oonteerd bedrag in 1890 was 3240 ·en in 1911 5825 millioen
Q , gulden. In die 22 jaar was dus het aantal banken (door aaneen- {
sluiting enz.) met meer dan de helft verminderd, terwijl §
? W het door hen aan dle industrie verschaft werk­kapitaal bijna v e r- {
dubbeld was. Het getal hunner filialen was intusschen van E
ruim 2200 gestegen tot ruim 5400 en daarmede hun invloed
overal ze·er uitgebreid. In Duitschland is het kapitaal der 6 Q
grootste banken van 1870 tot 1911 meer dan 9-maal grooter W
j geworden. Elk dezer groote banken heeft een groot aantal §
1 kleinere in zich opgenomen, zóó, dat 259 banken langzamerhand I
l in 9 groote banken zijn versmolten. De macht, die door de
j, beheersching van zulke enorme, voor voortbrenging, handel en
verkeer onmisbare kapitalen in enkele handen komt, is schrik-
’, wekkend. In 1908 hadden de groote Duitsche banken (n.l. die ë
met me·er dan 1 millioen mark kapitaal) van hunne debiteuren
te vorderen bijna 4000 millioen gulden. Daarnaast bezitten de
banken een groot de·el der aandeelen en obligaties in -de beste
_ industrieele ondernemingen, terwijl de andere aandeelhouders e
_ veelal tot hare klanten behooren en haar hun stemrecht o-ver-
g dragen. Zoodoende zijn zij in d·e besturen dier ·ond·erne·mingen
vertegenwoordigd en oefenen daarop groote·n invloed uit. Zoo ii
i i zat de Deutsche Bank in 1910 in het bestuur van 61 zuiver f
i industrieele ondernemingen en met de andere groote banken j·
Q was dit ongeveer evenzoo. Ook bij d·e oprichting van nieuwe -
f ondernemingen spelen de banken de groote rol, daar zij daar-
voor het kapitaal moeten bijeenbrengen. In Duitschland plaatsten
Q , zij in 6 jaren (IQO3-1908) aan aandeelen en obligatiën voor ‘_
bijna 1500 millioen gulden. Dergelijke obligaties hebben in het
g i algemeen aan de Beurs een zeer beperkte markt; in hoeverre ,
i zij geplaatst worden, hangt grootendeels af van de Bank, die
j r de koers ervan bepaalt. Zoo hangt ook hi·erbij de industriie
· zeer af van de Bank. Waar nu een Bank grootaacndäeelhoudeter, ii
i in het bestuur vertegenwoordigd en de groote geldschietster
li een-er onderneming is, is feitelijk de lei·dende bandirekteur ook i
` de opperdirekteur der industrieele onderneming 1). De noodlottige,
Zie in ,,De Nieuwe Tüd", 1911, no. 4 het artikel van S. de Wolff: ,,Bank ·‘
en Industrie in Duitschland". ‘
lr