HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

_ i 13 ·
DE TWEE KRAGHTEN. ­- De twee krachten, die het tegen-
, woordige maatsclhappelijk stelsel tegen elkander opjaagt en aan
wier strijd het moet te gronde gaan, zijn de aan het wezen
van het kapitalisme verbonden strekkingen en
het uit de menschelijke levensbehoeften voort-
spruitend verzet daartegen van het proletariaat.
jj A De kracht, die ide kapitalistische voortbrengingswijhe behieerscht,
‘ ‘ den kapitalist drijft om zijn kapitaal voor de voortbrenging
9 . beschikbaar te stellen, is de noodzakelijkheid om winst
‘ te maken. ;Niet om de goederen, voor eigen verbruik noodig,
i voort te brengen, bouwt de broodfabrikant, de textielfabrikant
, 3 zijn fabriek, maar om waren voort te brengen voor de markt
lj en met ïden verkoop daarvan winst te maken. En daar het
1 ka.pitalistisch st·elsel steunt op de vrije konkurrentie, is
s ` er een voortdurende wedstrijd tusschen de ondernemers, om
W elkander de winst te ontnemen of te verkleinen. Wie in het
i groot produceert, kan zijn waren goedkooper leveren dan wie
ä het doet in thet klein - de laatste wordt gedwongen, wil hij?
tegen den eerste konkurreeren, den prijs van zijn produkt even
ä laag te stellen, daarmede verlie·st hij zijn winst en kan niet
W meer meedoen. Tusschen de groot-producenten woedt die strijd
ä eveneens; het middel, om elkander te overvleugelen, is, nieuwe
machines en andere technische verbeteringen aan te wenden,
ij omdat deze in korter tijd veel meer voortbrengen dan de levende
arbeiders en dus in dezelfde hoeveelheid produkt arb e i d sloon
‘ besparen. Zóó richten zich winstbejag en konkurrentie, die
‘ _ twee `beweegkrachten van het kapitalisme, direkt tegen de
’ arbeidersklasse: de winst is grooter, naarmate het aandeel der '
, arbeidersklasse in lde arbeidsopbrengst kleiner is. Voor den
T individueelen arbeider vwordt dat loon bepaald door hetgeen
’ hij ter instandhouding van zij'n arbeidskracht van den kapitalist
2 weet los te krijgen; de machine en de verdeeling van arbeid
ä helpen hierbij den kapitalist in dien zin, dat hij volwassen
mannelijke arbeidskrachten door vrouwen en kinderen kan ver-
vangen. De voortgang der techniek maakt den kapitalist meer
onafhankelijk van de arbeidersklasse en onderwerpt deze steeds
erger aan den kapitalist. Het kapitalisme heeft dus de strekking,
in § 2 aldus omschreven: ,,Het leidt tot opeenhooping van
g rijkdom bij de kapitalistische klasse, tegenover armoede, onzeker-
· heid van bestaan en afhankelijkheid, afmattenden, geestdoodenden
e en ongezonden arbeid van mannen en vrouwen, onmatig langen
arbeidstijd naast werkloosheid; kinderarbeid, vernietiging van
het gezinsleven en teruggang van het lichamelijk weerstands­ `
i vermogen bij ’het proletariaat; tot voortwoekerend pauperisme
· en prostitutie, alcoholisme en misdaad. Zoo is de arbeidersklasse,
p waar de kapitalistische winsthonger niet door haar tegenstand