HomeDe S.D.A.P., wat zij is en wat zij wilPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.14 MB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 70.71 MB

ll _l
l bourgeoismaatschappij van het kapitalistisch grootbedrijf? In °
. de eerste is ·de voortbrenger ei ge naar van zijn voortbrengings­
l middel (klein gereedschap; eenvoudige grondstoffen, in ’t klein
` · ~ ingeslagen of zelf verworven). ln de tweede is de voortbrengen
van zijn voortbr-engingsmiddel gescheiden, dus tot proletariër
_gemaakt, terwijl de eigenaar der voortbrengingsmiddelen (kapita-
j list) in steeds mindere mate aan d-e voortbrenging deelneemt
(zie §7 van het program, 26 en 36 zin). «Vaar het voort-
` , · brengingsmiddel vroeger het midd·el was, om zijn eigenaar, den
j voortbrenger, in het bezit te stellen van de vruchten van zijn
_ arbeid, is het thans het middel geworden, om hem daarvan te
ontzetten, die vruchten aan zijn nieuwen eigenaar, den kapitalist
­ ni-et­voortbrenger, te doen toekomen. De voortbrengin g
jl voor eigen verbruik heeft tegelijk plaats gemaakt voor
i de voortbrenging in het groot, om winst. Die winst wordt
j verkregen uit het uitbuiten van arbeiders, die zich moeten
» laten exploiteeren, teneinde te kunnen leven en deze staan
grooter deel van hun arbeidsprodukt af, naarmate hun loon
s lager is in verhouding tot de door hen voortgebrachte hoeveelheid.
Ziehier de twee klassen en hunne bela.ngentegenstelling geschetst
(§ 1). Da·t naast den zuiveren ,,kapitalist" en den zuiveren
,,proletariër" in de maatschappij verscheidene personen en groe-
pen van personen voorkomen, die noch het een, noch het ander
zijn, verandert aan het bestaan dier twee hoofdklassen en hunne
beteekenis voor den klassenstrijd in wezen niets. Ten eerste
heeft elke klasse haar aanhang, die, hoewel ten opzichte van
« hunne plaats in het v«oortbren·gingsproc·es niet met haar gelijk,
in maatschappelijken zin tot haar behooren. Zoo de zwaar be- '
taalde hoogere ambtenaren en betaalde leiders van groote onder-
‘ nemingen, notarissen en d·ergelijke, die, al mogen zij ook geen
_ kapitaal in ondernemingen hebben gestoken, toch ter vergoe-
2 ding van de dienst-en, die zij de bourgeoisie bewijzen, mede
trekken van de meerwaarde, door deze op het proletariaat ver- Z
overd. Daartegenover kleine boeren en neringdoenden, die wel _
niet in loondienst zijn van den kapitalist en ook geen proletariër,
omdat zij eenig pro·duktiemi~dd·el nog bezitten, maar die door
'landheer, hypotheekhouder of geldschieter op andere wijze wor-
p; den uitgebuit en een leven van armoede en ontbering bij zwaren
arbeid lijden, dat hen alle ellenden v.an het kapitalisme doet
V gevoelen, waartegen het proletariaat den strijd voert. Verder
. kleine beambten in publieken dienst, wier afhankelijkheid en
j levensstandaard grootendeels worden bepaald door het levens-
' peil der gewone arbeiders, welker machtsvermeerdering en lots-
verbetering dus ook hun zaak is. Van elk dezer groepen is het _
duidelijk, bij welke klasse zij behooren. Minder duidelijk is dit
g bij den middenstand, de zoogenaamde ,,vrije beroepen" (genees-
I
E
l
i
ä .
` ` v gi ` xá •’ V _ U ä