HomeTer uitvaartPagina 9

JPEG (Deze pagina), 882.82 KB

TIFF (Deze pagina), 11.76 MB

PDF (Volledig document), 15.96 MB

r x nl
Daar doemt de sombre stoet, bij het geschutgedonder,
Omsluiert uw gelaat, ons koningshuis gaat onder,
E Daar gaat de laatste telg der fiere heldenbeelt, 1
Die altijd lief en leed met Neêrland heeft gedeeld,
Z Die in den brakken grond van poelen en moerassen,
E Den trotschen vrijheidsboom, tot Godes eer, zag wassen.
Zoo daalt de zonneschijf, te midden van den vloed,
i . Met ongekenden glans, met bovenaardschen gloed; -­
Hoe bij die tooverpracht de duinen en de stranden,
Gelijk een grootsch altaar in heilig vuur ontbranden,
ä De gansche schepping wordt een reuzencathedraal,
E Het gansche landschap wordt een dampende offerschaal,
Aanschouw, hoe landwaarts in, de velden staan te rooken,
Waar ieder menschenkind zijn outer heeft ontstoken,
i Waar torentop en kerk, paleis en boerenschuur
De vonkeling weerkaatst van het verblindend vuur,
H: Ter eere van den God, Dien wij in ootmoed eeren,
Die aarde en hemel schiep, de volk’ren blijft regeeren, -
I Zoo is het lichtgesternt van Nassau’s huis gedaald,
p Dat met zijn glorieschijn de wereld had omstraald.
r II _§_#____d_____