HomeTer uitvaartPagina 13

JPEG (Deze pagina), 912.72 KB

TIFF (Deze pagina), 11.62 MB

PDF (Volledig document), 15.96 MB

t
`
I l
Wij hebben met den vorst het vorstenhuis begraven,
Dat schokt het hart zoo diep der Nederlandsche braven,
J, De laatste mannentelg, de laatste vorstenspruit
Van een beroemd geslacht sterft met den Koning uit,
·li De dood heeft het ea’z`cz‘, voor eemczzlg uitgesproken,
Dat onherroeplijk is, DE WITT, gij zijt gewroken!
Ik volgde steeds den stoet, langs het bekende pad,
i Langs wegen, mij vertrouwd, tot in de Doodenstad;
De wilde menschenzee stuwt altijd hooger golven,
je Heeft met haar woesten stroom de grijze vest bedolven, E
A De golfslag bruist en woelt, krult langs de huizen op,
Zwalpt, als een dreigend spook, tot aan den geveltop,
Waar nevelbeelden zichtbaar worden en verdwijnen, -
~ Alsof de schimmen van het doodenrijk verschijnen, -
•­, De dichte geestenstoet, de. dichte menschenschaar,
Vervloeien, bij den damp, eendrachtig in elkaar! .,..
V Mij wacht het bedehuis, met somber tloers omhangen,
Dat straks het overschot des Konings zal ontvangen,
Een groote menschendrom, die reeds de ruimte vult,
w _____________,_r,, ig