HomeAan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het hoofdbestuur der Maatschappij tot Nut van den Javaan heeft met bijzondere belangstePagina 2

JPEG (Deze pagina), 1.30 MB

TIFF (Deze pagina), 12.53 MB

PDF (Volledig document), 3.78 MB

Acm
de Tweede Kamer der S2faten­Gez2.ewuzZ.
HET HOOFDBESTUUR DER MAATSCHAPPIJ tot Nut van dan Javaau heeft met bäzondere *
belangstelling de onlangs ingediende begroeting voor Neerlands Oost-Indië over 1874 nagegaan, en niet het V _
minst de afdeeling die betrekking heeft op de Gouvernementsrkoflieonltuur.
Het heeft met genoegen ook bü den Minister van Koloniën het streven ontdekt om den druk - waaronder
nog bn voortduring een groot deel van Java’s bevolking, ten gevolge van die cultuur gebukt gaat ­­- zoo
mogelük te verlichten, maar tevens kan het niet nalaten te kennen te geven, dat naar zün bescheiden meening *
de Minister daartoe min juiste middelen kiest. l
De voorgestelde verhooging toch van het plantloon voor de aan het Gouvernement te leveren koffie, met
f 1,00 per pikol, zal ten gevolge hebben, dat de planters in de Residentiën, waar de koflieboom welig tiert ‘
en waar van betrekkelijk weinig boomen een pikol koffie wordt verkregen, zonder noodzaak aanzienlük
worden bevoordeeld, terwijl juist de planters in de voor kolïiecultuur minder geschikte Residentiën, waar
de arbeid van een geheel gezin, in de vruchtbaarste jaren, nauwlüks 3/, pikol oplevert, door de voorgestelde 4
verhooging niet noemenswaardig worden gebaat. En het is toch juist dat gedeelte van de bevolking, dat ontlast li
dient te worden.
Het 5e lid van art. 56 van het Regeeringsweglement voor Neerlands Oost-Indië schrüft voor, dat aan
den Gouvernementsplanter minstens evenveel moet worden betaald als hü büvräen teelt zou kunnen verdienen,
en het is een feit, dat aan dit voorschrift nog in de verste verte niet wordt voldaan en evenmin voldaan zal
· worden, indien het plantloon van f 13 op f 14 wordt gebracht.
Het is een feit, dat in 1869, het bij uitstek gunstige kofliejaar, in de Residentiën Kedirie, Kadoe, .
Banjoemaas, Banjoewangie, Japara, Samarang, Cheribon, Krawang en Bantam , 308 205 gezinnen bij de
kofïiecultuur waren ingedeeld en f 3217196 tot loon hebben ontvangen, dus f 10,44 per gezin in een geheel
jaar. Het is oflicieele waarheid, dat in 1871, een ongunstig koffiejaar, in diezelfde Residentiën 322 217 gezinnen
in de koflietuinen werkten en te zamen f 1 357 610 ontvingen, dus f 4,21 per gezin in een geheel jaar. {
Nu is het waar dat de betaling iets hooger zou geweest zgn bn een plantloon van f 14, maar dat verschil j
is zóo miniem, dat het in het .lot der planters weinig verandering kan brengen. Een huisgezin, dat nu f 4,21 rl
beurde, zou dan f 4,53 hebben ontvangen, - de persoon, die nu 23/10 cent daags verkrügt, zou dan ruim 21/, j
cent daags hebben verdiend. Maar noch aan de billijkheid, noch aan het bovengenoemde voorschrift der wet _y
zou er door voldaan zün. Het dagloon in vrüen teelt wordt gemiddeld op 35 cents per dag geschat, en iedere
cent, die het Gouvernement zänen planters minder geeft, wordt hun onthouden in strijd met de wet, die de Z
Regeering verplicht is uit te voeren. `
Het Hoofdbestuur zal niet ontkennen, dat aan het voorschrift der wet onmogelük kan worden voldaan, `
zonder van een deel der winst op de koflie af te zien in die Residentiën, waar de oogsten gemiddeld geen r
twee pikols kofüe per gezin en per jaar aan de planters opleveren, maar in die erkentenis ligt naar zijn
bescheiden meening, dan ook de veroordeeling van deze dwangcultuur opgesloten. E
W ‘ V ; «­ , K , /