HomeEene stem in Indië, ook tot NederlandPagina 15

JPEG (Deze pagina), 667.67 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 21.75 MB

l
l
13 j
IV. Q
De taak van mijnen ambtgenoot, hierboven aangewezen,
is, geloof ik, hopeloos. Zoeclra dit blijken zoude, wordt
de mijne overtollig, en is de keuze van een ander stelsel,
in de plaats van hetgene moet worden prijs gegeven, on-
vermgdelijk. Z00 lang het niet blijkt, is iedere poging om
1 door kracht van redenen zulke beslissing te verhaasten,
misschien even ijdel.
j BILDERDIJK klaagde reeds in 1815, lang dus vóórdat het
batig slot, naar de getuigenis van den Baron VAN DER
i Ham van DIIIVENDIJKE, het Nederlandsche volk geclánz0­ l
raliseercl had, - dat in Nederland «/geene oogen meer wa- `
ren om waarheid te zien, geene organen om er vatbaar voor j
te zijn, geene harten waren om ze te begeerenn 1). Vijftig
jaren ongeveer later herinnerde een onzer voortrefi'elijkste
landgenooten, Giioniv van PR.INS'1`ER.ER., dat de snaar, welke
door het onregt in beweging gebragt wordt, gesprongen
was, en onder de treurige verschijnselen van onzen tijd ver-
klaarde hij er geen te kennen dat, zoo de diepte van den .
afgrond moest worden gepeild, met de leenernenrle verslom- I
1 ping van hel reglsgevoel, met ale algemeene enversehilligheirl
brij cle verlrerling cler heiligsle regzfen kan worden in verge-
lijking gebragt Ter zelfder tijd getuigde de meest ge-
vierde staatsman van onzen leeftijd, Tiïonsnciqn - en hierin
was de scherpzinnige en veel voorgevoelende MULTATITï.I
l hem reeds vóór geweest ­ dat er contagium, dat er ver- `
rotting is in den staat.
¢ r/Wat,/z zoo hoor ik mij vragen, uwat zal bij dezen ziekte-
1
1) Briefwisseling van Mr. W. BILDERDIJK met de Hoogleeraren en
Mrs. M. en H. W. Tvommw. - Sneek, VAN DRUTEN cn BLFïEKER,
1867, II, blz. 137.
2) Mr. Gnomz van Pmnsrnann, 1813, in het Zicht der volkshistorie
herdacht. - ’s Gravenhage, H. J. Gnnenrsnx. November 1863, 2de druk,
blz. 60.