HomeDe Oost-Indische pleiaden en hun pleegkindPagina 17

JPEG (Deze pagina), 550.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 12.50 MB

15 _
omslaghlad. Daar schittert 0. a. de Heer
BOBIDE VAN DER AA, omtrent wiens koloniale
beginselen Wij ingelicht zijn, sedert hij op
14 December 1865 in de Algemeene Vergade-
ring der Derde Kamer der Staten-Generaal -
meenen het Indisch Genootschap - onder
ii voorzitterschap van den Smatsmaicl BACHIENE,
sprak:
,,Geheel vereenig ik met de praemisse, .
,,Waarvan de Heer RAEDT VAN OLDENBARNEVELDT
,,is uitgegaan. Ik ban het met ham ec/ns, dat
,,/wt bcctig slot cemc sc/mnzclc is wor ]Vc¢Zm"Zrmcl.
,,Gelukkig vindt die overtuiging allengs meer
,,en 1Il€€1‘ ingang.”
-- Eene overtuiging, welke ook gedeeld
wordt door den Heer Jhr. Mr. W. T. GEVERS
p DEIJNOOT, die na zijn uitstapje naar Java
[tijdens hij nog lid der Tweede Kamer Was] op
26 Mei 1863 zeide: ,,Er is geen grooter ramp
,,voor Java dan het batig slot."
Verdere Staatslieden­medewerkers zijn de
Staatsraad BLREKER, de Heeren VAN LIMBURG
naomvnn , eoD1N , MILLARD, de We1­Eerwaardc