HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 9

JPEG (Deze pagina), 662.17 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

l
4
è
5
schuld van de minderheid, wier opinie men verwrong,noch te
L wijten aan ons, maar het is de schuld van den aard en van den
[ oorsprong van het verslag. ,
J
f De algemeene beschouwingen, waarmede het Verslag der drie
overgebleven leden aanvangt, zijn voor een groot gedeelte gewijd j
I aan het betoog van de meerderheid der Commissie, over de
vreemdheid van den vorm; over het vreemde dat aan den last,
op den Gouverneur·Generaal verstrekt, publiciteit wordt gegeven; V
wordende vooral de vorm afgekeurd wegens de wankelbaarheid
van den grondslag.
Hiertegen over staat het gevoelen der minderheid, die den
gekozen vorm allezins goedkeurde, en beschouwde te zijn ge-
` heel in overeenstemming met art. 56 van het Regerings­regle­
ment; terwijl zij, wat de meerderheid noemde wankelbaarheid
van den grondslag, aannam als eene hoogst aanbevelenswaar­
dige eigenschap van dien vorm, waardoor deze, op eene ge-
makkelijke wijze en zonder veel omslag, wijzigingen, verande-
A ringen en verbeteringen toelaat.
Wij zijn het te dien aanzien geheel eens met de ,, minderheid".
De suiker­regeling is nu, als het ware, ingetreden een tijd-
perk van overgang. Men zal moeten beslissen tusschen het
de/rende stelsel van uitgifte en het mzáelcemle van uitbesteding.
Alle deskundigen zijn het met de Regering eens, dat vooraf
een proef met het onbekende stelsel moet worden genomen.
’t Is dus juist verkieslijk voor de regeling te kiezen dien vorm,
die het meest geschikt is, om daarin op geleidelijke en niet
te bezwarende wijs die wijzigingen te brengen,welke de onder-
vinding als noodig zal aanwijzen. Onverantwoordelijk ware het,
‘ om in de wet een stelsel te wortelen, dat tot dus ver slechts
door de theorie is voorgestaan, en dat, zoo lang de practijk
de leer niet heeft geijkt, eene bloeijende industrie met den
r ondergang zou bedreigen. Zou de verlegenheid der Vertegen-
, gil