HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 88

JPEG (Deze pagina), 798.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

jr
l 84
l
l
waarvan wij , wat twee betreft, de juiste oorzaak meenen te hebben
aangetoond, de Regering weder de ingetrokken vergunning zal
H; verleenen, omdat hierdoor, zooals wij reeds zeiden, de gele-
i genheid tot niet al te kostbare proefneiningen geopend wordt.
jj Die ondervinding heeft ons geleerd, hoe weing kans er voor
alsnog bestaat, om goed suikerriet te verkrijgen door wezentlijk
j vrijwillige overeenkomsten, en om dat riet met wezentlijk ge-
Y ll heel vrije arbeiders en transport-middelen te verwerken.
-e~·~
§ 20. Voor het eerst vinden wij hier een punt der regeling dat
i volgens het Verslag, ofschoon toch nog met eene restrictie,
j de goedkeuring der geheele Commissie wegdraagt.
‘ De bepaling, die de algemeene goedkeuring wegdraagt, be-
treft de afschafling der rentelooze voorschotten. Ook wij kunnen
iiï ons daarmede volkomen vereenigen. Er is echter restrictie bij
de goedkeuring van de Commissie. Zij doet de vraag, waarom moet
,_ I; het Gouvernement de plantloonen renteloos blijven voorschieten?
Dat voorschot, berekend op 3,000,000, werd gerekend ge-
g durende een jaar te loopen, en tegen eene rente van 6 pCt.
j zou dan het Gouvernement eene schade lijden vanfl80,000
’sjaars. De Commissie had, met betrekking tot de feitelijke
j omstandigheden, zich wél zoo juist uitgedrukt, indien zij aldus
had geredeneerd.
,, Het Gouvernement zou de aanzienlijke winst, welke de
ï V ,,suikerkultuur oplevert, nog metfl80,000 ’sjaars kunnen
i ,, vermeerderen, indien het den contractanten de verpligting had
V j ,, opgelegd, om voor te schieten het voorschot en minimum
,,plantloon, dat men in het belang der bevolking bij § 12 der
j ,, algemeene grondslagen, vaststelde om uit te betalen."
~, ' Cf de contractanten nu, bij al de hun 1·eeds opgelegde ver-
pligtingen, ook nog deze kunnen dragen, is een punt, waar-
ri over wij ter gelegener tijd en plaats, een door goede gronden
j gestaafd oordeel hopen uit te brengen.
’ Heeft men meermalen aangetoond wat Kart de grouper Zes