HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 82

JPEG (Deze pagina), 795.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.14 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

, 4 i
i ` 7 S
I
dervinding over eene reeks van jaren. Zij leert, dat nog niet
jl ééne fabriek op Java, die hulp heeft fïzmweiz ontberen; en zij _'
j tg is dan ook, al naar gelang der behoefte, hierin meerdere daar
j in mindere mate, immer moeten verleend worden. lntusschen
jt bestond er voor de contractanten geen den minsten waarborg
i dat die hulp, des noodig, zou worden verleend. Daarom ver-
oorloofclen zij zich in hunne memorie het verzoek, -- vooral
i met het oog op de bepaling dat de maaltijd binnen vier maanden _
l · meest atloopen; en waaraan zij zich onderwerpen moesten, niet-
tegenstaande niemand de zekerheid had, dat hij daaraan zou
kunnen voldoen - eenigen waarborg te mogen erlangen, dat
P A; ­ hun de behulpzame hand zou worden geboden, voor zoover
I de krachten der bevolking dit toelieten. De bepaling, opgenomen
4 in § 18 van de regeling der suiker­kultuur, dat de fabrikant
X de hulp van het bestuur item inroepen, zoowel voor rietsnijders
E i als van de verder benoodigde arbeiders, terwijl het bestuur,
` daartoe termen vindende, die verstrekt, voor zoover zulks overeen
V te brengen is met de krachten der bevolking, is dan ook eene ï
j dier billijke en regtvaardige wijzigingen, welke het bewijs leveren, L
j dat de Regering zich behoorlijk rekenschap van de bestaande
F { toestanden heeft gegeven, en dat zich, door verkeerde voor-
il i stellingen, niet op een dwaalspoor heeft laten brengen.
ii j Al de vier-en­negentig op Java bestaande fabrieken zijn dáár,
jl om te bewijzen, dat de eene meer, de andere minder, de
E · hulp van het bestuur behoefden, en dat niet eene enitelefaöriek "
li die hulp geheel heeft kunnen ontberen. j
Het is eene allezins juiste en gegronde aanmerking der Q
ii meerderheid van de Commissie - hier alweder de doorgaande
l h minderheid, met toevoeging van den heer van Nispen van Seve­
j naer - dat de bepaling van de Regering omtrenthet verhoogde
snijloon beschouwd moet worden ,, als een tegenvvigt tegen de
jj ,,dikwijls onbezonnen en overdreven wijze, waarop men den
ir ,, vrijen arbeid in sommige localiteiten heeft ingevoerd. "
j Te betreuren is het echter, dat zoodanig áegemeigá noodza­
· kelijk is bevonden; immers eene tweede en niet minder juiste
ii
t