HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 8

JPEG (Deze pagina), 738.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

l
4 i
Noch in het verslag van de drie overgebleven leden der
Commissie, noch in de debatten, welke op dat verslag zijn gevolgd, ¥
wordt een betoog aangetroffen, dat de waarheid, in deze aan- [
haling opgesloten, omverstoot, of zelfs verzwakt: en zóó staan i
wij nog, voor het oog der Nederlandsche natie, die eerlijkheid i
en goede trouw tot hoofddeugden telt, niet als gunstelingen,
maar als de ijverige bevorderaars van een tak van nijverheid, i
ä die grootelijks tot den bloei van het vaderland heeft bijgedragen.
A
Twee algemeene opmerkingen dienen wij voorop te stellen,
alvorens over te gaan tot de beoordeeling van den arbeid der
drie overgebleven leden der Commissie. Men vindt daarin
telkenmale gewaagd van ,, meerderheid " en van ,, minderheid. ”
Het is geen geheim gebleven, en in de openbare beraadslaging
is het door den heer van Nispen van Sevenaer erkend, dat
beide afwisselden, al naarmate dat geachte lid der Tweede
j Kamer overhelde tot de twee, steeds tegen over elkander staande
vier andere leden. Zij, die op alle punten de suiker­regeling
afkeurden, waren de heeren van Twist en van Hoëvell, en 4
waar van de goedkeuring door de ,,meerderheid" wordt gewaagd,
is het eigenlijk de uitgetreden minderheid geweest, waarbij zich
dan de heer van Nispen heeft gevoegd.
De tweede algemeene opmerking is deze: dat wij ons, tot
ons leedwezen, moeten tevreden stellen met de argumenten van
de minderheid, zooals de overgebleven drie leden der Commissie
hebben goedgevonden, die te formuleren. Maar het is ook bekend,
dat die argumenten noch metjuistheid, noch volledig zijn terug-
gegeven, zoodat die minderheid heeft moeten weigeren het rap-
port van den steller ­- den heer van Hoëvell -­- mede te
onderteekenen. Behalve de conclusie van partijdigheid, welke L
daardoor over het geheele rapport moet worden opgemaakt, is
het ook verklaarbaar, waarom ons hier en daar het gevoelen
der minderheid minder juist moet voorkomen. Dat is noch de i