HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 64

JPEG (Deze pagina), 813.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

sl r
j öll
Ile overigen worden bij de telling der huisgezinnen begrepen onder
den term swomahzw en omvzg komt.
‘ Is daarbij het getal fabrieken op eene gegevene uitgestrektheid
slechts gering, dan behoeft het geen betoog , dat den ondernemer,
zoo niet geregeld, dan toch meedere kans is gelaten op vrijen arbeid.
Moet in het algemeen worden toegegeven, dat de Javaansche be-
’ volking op verre na niet bezit de veerkracht van het Caucasische ras ,
gi even gereedelijk zal kunnen beaamd worden, dat er stammen zijn,
l die eenige meerdere energie aan den dag leggen en daaronder bekleeden
E ‘ eene eerste plaats de Madurezen, die hun karig bedeelden geboorte-
j grond, door nood gedrongen, verlaten en zich bij duizendtallen aan
de overzijde van hun land, in den zoogenaamden Oosthoek van Java
gevestigd hebben, en daar de hulpbronnen van den vrijen arbeid ver-
meerderen; edoch grootendeels bij den landbouw, en, gelijk bijna alle
eontraetanten ondervinden , op verre na niet voldoende voor het werk
in hunne fabrieken.
De vrije a1·beid is vooral in meerdere mate te bespeuren, waar het
geen voortgezet werken geldt, en de Javaan, aan geen bepaalden tijd '
V of regel gebonden, zooveel verrigt als de lust van het oogenblik
. aangeeft.
l In dit opzigt mogen wij als zeker stellen, dat de suiker-industrie
middelijk medegewerkt heeft tot ontwikkeling van den arbeidszin, en g
° daaraan grootelijks te danken is de tegenwoordige meerdere gemak-
kelijkheid in de verkrijging van vele voorwerpen bij de fabrieken -
' benoodigd. j
r _ ·In zoover heeft het dwangstelsel de kiemen gelegd voor vrijen arbeid ,
_i · en, hebben deze zich nog weinig ontwikkeld, men vergete niet, dat
j de opleiding tot den arbeid ter naauwernood is aangevangen: wat ·
j zijn vijf­en-twintig jaren in het leven der volkeren?
( Ook willen wij niet tegenspreken dat de teelt van ondersoheidene
voortbrengselen voor de Europesche markt, hier en daar, vrijwillig i
{ geschiedt op de eigen velden der bevolking, ook dáár waar geene
landheerregten bestaan.
Een vlugtige blik in het huishouden van den Javaan zal ook deze
{ uitzonderingen verklaren. i
l In den regel heeft jaarlijks de verdeeling der sawas plaats, naar
gelang der middelen van bearbeiding van den bebouwer en in even- j
redigheid tot kleinere of grootere lasten, doch wisselt de gewoonte
daaromtrent in onderscheiden oorden wel eens af en wordt aan die
jaarlijksche indeeling geene behoefte gevoeld, totdat nieuwe aankoine- l
I _ in