HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 58

JPEG (Deze pagina), 800.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

I
l
weder daar, van de eene plaats naar de andere trekt, gemeenlijk in
, zedelijkheid verre bij de overige bevolking achter staat, kan de fa-
briekant zijn zoogenaamde vrijwilligers kiezen, die echter, weinig
T behoeften kennende, zelden zich aan eenen geregelden arbeid on-
derwerpen.
Het is hier de plaats niet om in eene wijdloopige beschrijving te
Z treden der standen van de Javaansche maatschappij, hoe belangrijk
' l zulks ook uit een ethnologisch oogpunt zijn zou, en hoe weinig al-
p ` gemeen de kennis daarvan ook zij; wij herinneren alleen, dat velen
j j in den arbeid niet deelen, uithoofde van hunne betrekkingen, van
` ' l verwantschap tot hoofden, oude gebruiken of dergelijken, en tevens
hoe weinig in het algemeen de arbeid in eere is.
i Genoeg zij het, met deze weinige woorden aan te wijzen, dat de
bevolking der dessa’s, uit den aard harer instellingen, weinig gele-
genheid, en wij mogen er bijvoegen, geringe lust heeft om haren
veldarbeid te verlaten, om onder europeesch opzigt in de fabrieken
te arbeiden; want men vergete niet, dat de javaan bij uitsluiting
landbouwer is.
In streken derhalve, waar de bevolking grootendeels is ingedeeld bij
l den veldarbeid voor de teelt der europeesche producten, is dat getal
zoo veel geringer en ontbreekt daar de eerste voorwaarde der mede-
dinging: het verband tusschen vraag en aanbod.
Met deze instelling gaan gepaard de heerendiensten, eene belasting
°* in arbeid (kario) volgens de oude herkomsten (adat), eene verpligting,
. rustende op den grond en niet op den persoon.
' ` De oorsprong dezer oude herkomsten verliest zich in den nevel der
j tijden en zijn zelfs onder het Engelsch tusschenbestuur, hoezeer in
naam afgeschaft, blijven bestaan.
Men is wel eens gewoon de arbeid bij de gouvernements cultures
niet onder de heerendiensten te begrijpen, maar die met eenen an-
l deren naam, cultuurdienst of eultuurdienstpligtigheid te bestempelen_
De Javaan maakt daarin echter weinig onderscheid.
Wij durven ons niet veroorlooven over den aard en de uitgestrekt-
Q heid deze1· heerendiensten uit te wijden, noch in bijzonderheden te
treden over den arbeid, ten behoeve van den lande door het euro-
` peeseh bestuur, en dien in de dessa’s door de dorpshoofden ge-
, regeld; wij wenschen echter de aandacht daarop te vestigen, dat
groote verscheidenheid het vorderen dier diensten bestaat.
De instellingen van wijlen den Graaf van den Bosch hadden alleen j
het oog op den stand der grondbezitters, dienstpligtigen aan den