HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 56

JPEG (Deze pagina), 829.54 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

" ‘ ·"'" “ · r,,A . , ,
lr

j De vrije arbeid in Indie is een vraagstuk, dat sedert ettelijke jaren
’ in talrijke geschriften behandeld, en het onderwerp van schier dage-
. lijksche bespreking is geworden.
De meest uiteenloopende meeningen worden daaromtrent voorge-
staan. Door den een streng veroordeeld, door den ander hoogelijk
aangeprezen, is het pleit nog onvoldongen, doch komen allen hierin
F overeen, dat het de beslissing van het meest ingrijpende vraagstuk
, voor de kolonie geldt.
Wij durven ons vleijen, dat het eenige waarde kan hebben, ook
‘ het gevoelen der contractanten te hooren, die vele jaren in de bin-
r nenlanden verblijf hebben gehouden en door geene ambtswaardigheid
verhinderd om in meer dadelijke aanraking met den J avaan te komen,
hem, welligt meer dan anderen, in zijn aard en in zijne huishouding
hebben leeren kennen.
De vrijheid van den arbeid, ter vervanging van het dwangstelsel,
beheersclit zoo zeer niet alleen het onderwerp der uitbesteding, maar
ook den inhoud der bestaande contracten, en wat wij nog verder
onder de aandacht wenschen te brengen, dat wij vermeenen het nuttig
C kan zijn, onze beschouwingen daarover vooraf te laten gaan.
j Wij spreken volgaarne onze overtuiging uit, dat geen dwangstelsel ­
op den zeer langen duur houdbaar is, dat zelfs den overheerscher
het regt niet toekomt, langer dan de nood dwingt, de overheerschte
T < bevolking verpligten arbeid op te leggen.
Wij meenen de wereldgeschiedenis genoegzaam te kennen, om niet
j voorbij te zien, dat, sedert de vrijmaking van den arbeid, het af-
E _ schaffen van lijfeigenschap, van heerendiensten en gilden, -­- kunsten
g en wetenschappen verbazende vorderingen hebben gemaakt; maar ook
j heeft de geschiedenis ons geleerd, dat eeuwen verloopen zijn, voordat
die vrijheid zich vaak, uit treurige en bloedige woelingen en omwen-
telingen, ontwikkeld heeft; terwijl wij in haar bevestigd vinden de
j waarheid, die bij dit vraagstuk zoo dikwerf wordt over het hoofd
, gezien, dat de volksinstellingen en volksbegrippen daarbij in de eerste
in plaats moeten geraadpleegd worden, om niet dan hoogst voorzigtig
daaraan de hand te slaan, of met zeer langzamen tred eenen anderen
j weg te kiezen, dan dien langs welken de schoonste vruchten voor
E het moederland verkregen zijn.
Wij behoeven het niet te herinneren hoe eeuwen oud de javaansche
instellingen zijn, en hoe zij hoofdzakelijk berusten op het gemeen-
schappelijk landbezit en al wat daaruit voortvloeit, eene instelling
door alle Oostersche landen verspreid, waarvan de sporen overal be-