HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 42

JPEG (Deze pagina), 752.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.02 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

i
l
li ss
dat voor alle werkzaamheden en de fabrioatie, een man per bouw,
S of van de in 1858 beplante 41,657 bouws, een gelijk aantal werk-
` lieden nemende. en dezen over het gezamenlijk getal fabrieken ver-
deelende, alsdan het gemiddeld getal 336 man gedurende een jaar
wordt verkregen, naar evenredigheid der voorafgegane gegevens de
volgende slotsom aanwijzende.
V 250 karren 500 man 122 dagen voor rietsnijden, rietvervoer en alle
andere transporten.
· 55 ,, 240 ,, voor alle werkzaamheden in
den zoogenaamden stillen tijd.
250 ,, 120 ,, idem in den maaltijd.
nagenoeg 80 ,, 360 ,, voor de vervaardiging van alle
benoodigdheden. voorstellende
tegen een dagloon van 20
duiten f4800. J
Deze berekening zal te eerder als matig worden beschouwd, wan- 7
neer daarbij in het oog wordt gehouden, dat, indien ook vroeger j
wel eens minder volk werd gebezigd, de maaltijd veelal langer duurde j
doch thans binnen 120 dagen moet zijn afgeloopen. r E
Wij vestigen de aandacht op de gevolgtrekking, welke hieruit nog
te maken is ten aanzien van de oorspronkelijke berekening bij het in-
j, voeren van het cultuurstelsel van slechts 61*;; man per bouw over
i 90 dagen.
Bij het klimmen der productie, thans nagenoeg verdubbeld, kan l
het niet anders of die maatstaf is niet meer aannemelijk; twee man Y
per bouw over hetzelfde tijdvak van 90 dagen arbeidende, of anders ·
gezegd één van de vier dagen in het jaar, worden 8 man per bouw
vereischt, en tenzij de werktijd bij de aanplantingen vermeerderd of .
het getal arbeiders daarbij verminderd word.e, zullen noodwendig overal
waar op die bevolkingssterkte niet is gerekend, steeds moeijelijkheden
jj ontstaan, en vooral ten aanzien van den vrijen arbeid,omdat daartoe
wel immer het grootste getal ongeneigd zal bevonden worden; een
i nieuw bewijs, hoe onbillijk het zijn zoude, den fabriekant vooralsnog
onvoorwaardelijk dien vrijen arbeid op te dringen.
De suikerprodnctie van Java, in 1855 , bedragen hebbende 1,351,645
picols, verdeeld onder 2 man voor elk der 40,606 beplante bouws,
die hetzij gedeeltelijk bij den landbouw, hetzij gedeeltelijk in de fa-
briek daartoe medegewerkt hebben, wijst aan voor ieder hoofd slechts
eene opbrengst van 16 piools, hetgeen bij andere koloniën zeer on·
gunstig afsteekt.