HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 37

JPEG (Deze pagina), 682.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

W W W Y
33
W reeds in de algemeene beschouwingen genoegzaam hebben ont-
leed, als niet bestaande, zoo als men zich die voorstelt, en in
geen geval tot vergelijkingen kunnende leiden.
Wij zijn overtuigd, dat de planter bij de betaling voor de
Gouvernements­kultuur in het algemeen beter vaart, dan bij
de zoogenaamde vrije kultuur. Zoo lang er geen vrije kultuur
op groote schaal in wezentlijklieid bestaat, is het (zooals wij
reeds aanvoerden) moeijelijk eene vergelijking te maken; maar
het is zeker, dat, wanneer het Gouvernement van die vrije
kultuur eene even groote winst zou verlangen als van de ver-
pligte kultuur, de fabrikant dan geen hooger plantloon zou
Y kunnen betalen. En dan zou de vraag zijn, of de é2w70ecl,die
nu tot zoogenaamde vrije cultuur dwingt, wel voldoende be-
w·ecZi_qcl kan worden, en of, de invloed vervallende, ook niet
de geheele theorie in ’t niet zou wegzinken?
Wat het beginsel aangaat, om te betalen naar de productie,
` wij laten daaromtrent volgen het betoog der contractanten, voor-
komende in hunne memorie.
In een der staatsstukken, gewisseld tusschen de regering in Neder-
land en de Tweede Kamer der Staten­Generaal, lazen wij de opmerking,
dat het billijker scheen, den Inlander te betalen naar evenredigheid
{ van hetgeen hij voortbrengt: bet riet, en niet naar hetgeen de fabrie-
kant voortbrengt: de sui/ccr.
Dat denkbeeld is niet nieuw, maar heeft reeds vroeger tot over-
weging aanleiding gegeven.
Het is niet te ontkennen, dat de tegenwoordige wijze van betaling
van het riet geenszins op een zuiveren grondslag rust, want óf de
planter treedt in het genot der voordeelen, die alleen het gevolg zijn (
van meerdere uitgaven voor verbeterde toestellen en dergelijken van
den fabriekant, óf bij wordt benadeeld door zorgeloosheid of gebrek `
aan middelen bij de fabriekmatige bereiding.
Alleen in het denkbeeldig geval, dat de vooruitgang ofverhetering
én van de teelt én van de fabrikatie beide, gelijken tred hielden,
zou die maatstaf van betaling volkomen gebillijkt kunnen worden.
Maar het denkbeeld, om het riet bij het gewigt te betalen, strijdt
met onoverkomelijke bezwaren.
3