HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 36

JPEG (Deze pagina), 701.18 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

derd twintig bouws benoodigd voor eene rietaanplanting van
400 bouws.
Dat bewijs heeft de commissie niet geleverd. De mem.
van toelichting zegt daaromtrent het volgende: Stelt, in de
meest gunstige omstandigheden, dat de inlander voor zich zelven
erlange 17 picols padi per bouw; dat die padi zij de beste
soort, padi·dalam, zoodat hij daarvoor zou verkrijgenf5l.
Maar wanneer? 10 Als geen misgewas hem treft, hetgeen
intusschen menigwerf gebeurt; 20 wanneer hij den moeijelijken
arbeid van het stampen heeft verrigt; 3¤ wanneer hij de rijst
naar den passer heeft gebragt, en 4°, eindelijk, mcmmlen
na den aanplant. i
Wat zal hem nu, daarentegen, de suikercultuur opleveren?
Zoodra de stekken in den grond zijn, ontvangt hij, onmid-
dellijk, _/` 45 per bouw. Hij heeft daarbij geen risico te loopen
van mislukking, als bij de padi. Hebben de stekken hun vollen
wasdom ontvangen, dan krijgt hij andermaalf`30, en eindelijk
rekent hij af, nadat de productie ‘van suiker bekend zal zijn.
De gemiddelde productie bedraagt 40 picols; hij ontvangt dus
later nog f45; terwijl die voordeelen nog veel meer klimmen,
waar, gelijk niet zelden het geval is, de productie bedraagt
50 en 60 pieols.
§ ll. Bij het oordeel, uitgesproken over § ll, vinden wij
het afkeurend oordeel der minderheid [hier weder de heeren
van Twist en van Hoëvell] vooropgezet.
· Dat de inhoud dier paragraaf in strijd is met No 4 van
art. 56 van het Regeringsweglement kunnen wij niet toegeven.
Wij zien daarin eene verbetering, zonder schadelijke opdrijving;
en slaat dit oordeel op de betaling, in vergelijking met die
voor de zoogenaamde vrije teelt, dan gelooven wij, dat de min-
derheid daarbij op het oog heeft gehad toestanden, die wij