HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 24

JPEG (Deze pagina), 745.86 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

i
l
20 j
het mesten alleen in het belang va11 den ondernemer, en niet l
meer 1n dat van het Gouvernement zou zijn, en dus de kosten. j
daarvan geheel voor zijne rekening zouden kunnen gelaten
worden, achten wij niet volkomenjuist. Bij die bemesting heeft,
met het oog op de daaruit voortvloeijende vermeerdering van l
productie, het Gouvernement altijd belang; al wordt -in het
stelsel Väll het iixum -­ die meerdere productie ook tijdelijk l
het deel van den contractant, geniet toch het Gouvernement l'
daarbij direct en indirect voordeel; de bevolking ontvangt hoo-
ger plantloon, en bij de periodieke herziening van het fixum
draagt die vermeerdering van productie bij, om het aandeel
voor het Gouvernement te doen vergrooten. l
Wat nu de belooning betreft, toe te kennen aan de bevol­ j
king, diene het volgende: j
Door de bemesting geniet de bevolking niet alleen eene l
hoogere betaling door de vermeerdering van het plantloon,
maar daaraan is nog één voordeel voor haar verbonden; de
uitwerking dier bemesting doet zich ook nog later gevoelen. T
In de meeste gevallen zullen die voordeelen den te verrigten 1
arbeid ruim beloonen, vooral wanneer met guano of bongkiel W
(oliekoeken) gemest wordt. Intusschen kunnen er zich gevallen
voordoen, dat de bemesting, met andere meststoffen geschie-
dende, meer arbeid vordert aan transport. Ook voor deze ge-
vallen is echter eene voorziening aangebragt, door aan de
bevolking eene belooning, boven die welke eene vermeerderde
productie haar geeft, toe te kennen, echter in verband met die
voordeelen, welke zij reeds va11 haren arbeid trekt. _
Die belooning wordt in den regel door de besturen vastge-
steld, kan dan ook in enkele gevallen tot verschil van opinie
leiden, maar nimmer tot die moeijelijkheden enz. aanleiding i
geven, waarvan de overgebleven leden der commissie ge-
wagen.
Wij kunnen dan ook volstrekt niet toegeven dat die bepa-
ling, om hare onbestemdheid, onuitvoerbaar zou zijn; vooral
met het oog op de voorwaarden der regeling, moet de bemes-
l