HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 16

JPEG (Deze pagina), 769.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

12
Aan deze veroordeeling van het stelsel van verpligten arbeid,
aan dezen onbesuisden aandrang om het te verlaten , moet worden
geweten de duur van den onzekeren toestand, waarin de suiker-
R industrie sedert jaren heeft verkeerd, die door ieder,als hoogst
nadeelig werkende, veroordeeld is.
Wordt die onzekere toestand der Regering geweten: wij voor
ons zijn innig overtuigd, dat de partij, die niet altijd met de _
door haar zelve noodig geoordeelde veorzigiiq/Eeiel en öeleiaï, met l
te grooten aandrang naar den weg va.n den vrijen arbeid heeft t
opgestuvvd ­­- vveggesleept door de onderstelling, wij willen ge-
looven ter goeder trouw, van toestanden en feiten, die in wer-
kelijkheid geheel anders zijn, dan men ze heeft gelieven voor
te dragen, - dat die partij, zeggen wij, zeer zeker ook het l
grootste aandeel heeft, zoo niet geáeel de schuld draagt van j
den voortduur van dien onzekeren toestand.
Wanneer wij nu zien, dat de hoofd­organen dier partij juist i
de overgebleven leden zijn geweest van de Commissie van on-
derzoek; wanneer wij dan door die overgebleven leden het be- R
ginsel zien voorstaan van zegeliny áä de wet, dan vestigen wij
met aandrang de aandacht van het algemeen, van de Regering G
en van de Staten­Generaal op de omstandigheid: l
dat het niet is door de wçfze waarop geregeld wordt hetzij
wettelijk, hetzij bij koninklijk besluit, maar dat het is door
regeling, dat er aan den onzekeren toestand een einde moest 1
worden gemaakt. Daardoor alléén kon de druk, waaronder de '
suiker-industrie ligt, weggenomen worden; door die regeling
kunnen de verschillende belangen, aan die industrie verbonden,
en waarvan het Staatsbelang, anders gezegd, het algemeen be-
- lang, een groot deel uitmaakt, gebaat worden.
Heeft eenmaal eene beleidvolle regeling plaats gehad, die
door de enelezvincling als zoodanig zal zijn erkend geworden,
dan kan nog, zoo noodig, gelijk wij reeds hierboven betoogden,
in overweging genomen worden: in hoeverre men de wet be-
hoeft om die reeds gey/cie regeling te bestendigen, ten einde
afwijkingen daarvan of misbruiken te voorkomen.