HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 119

JPEG (Deze pagina), 683.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

5
s
E
115
ring vervat in § 23, maar op de geheele regeling, bewijst het ge-
l voelen, uitgesproken door den president der Commissie, in de
ibij zittingen der Tweede Kamer en bereids door ons aangehaald.
Fklb l Behalve de vele tegenstrijdigheden, die het bevat,komt ons
len: het verslag der Commissie ook orzvolleclig voor, omdat de be-
’OOï` wijzen van de vooropgestelde beweeringen; benadeeling van den
ij al j Staat en niet­voldoende bevoordeeling der bevolking, te groote be-
‘°°' voordeeling voor de contractanten, ten eenemale ontbreken.
U En deze bewijzen hadden toch hoofdzakelijk geleverd moeten
, worden bij de behandeling van die paragrafen, welke vaststellen
uit de hoeveelheid der te leveren suiker en de contractsprijzen.
€“> Behalve door het gebrek aan bewijzen, valt nog de onvolle-
de digheid in het oog, door de afkeuring van het bestaande,
Jen __ zonder dat men iets beter in de plaats aanwijst.
In het slot ontbreekt, als een gevolg der beoordeeling van
ide de verschillende onderdeelen, een goed of afkeurend oordeel
gm over het geheel. En toch vorderde dit het algemeen belang.
fan De opgegeven hoofdtrekken en eigenschappen van het Verslag,
brengen ons, J- hoe ongaarne wij ook een dergelijk gevoelen
tm' uiten - daarbij in aanmerking nemende de wijze, waarop dit
‘3> ‘stuk de beschouwingen en oordeelvellingen van de leden der
Commissie terug geeft, tot het oordeel, dat door enkele leden
mi der Commissie uit het oog schijnt te zijn verloren, wat een
tar welbegrepen staatsbelang vorderde, en dat hunne uitspraak
>e­ beheerscht is geworden door de zucht tot onbeperkte afkeuring
lat van alle handelingen der Regering; door partijgeest tegen den
en i. minister, die de regeling maakte. Er komen bij: vooroordeel
Ok 4 en eene vijandelijke gezindheid tegen de contractanten, die men
zi- ‘ van de eene zijde erkent dat niet meer betalen kunnen, maar
; toch in éénen adem als bevoordeelden uitkrijt, en die men
en aldus verlangt in een toestand te brengen, dat zij hun bedrijf
er niet kunnen voortzetten.
"` 2
1
ln Bij eene beoordeeling der regeling meenen wij te moeten

l
1
l