HomeDe regeling der gouvernements suiker-cultuur, beschouwd in verband met het daarover uitgebragte verslag door de drie overgeblevePagina 115

JPEG (Deze pagina), 707.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 91.76 MB

I
i
111
ii
vorm de pro.ductie zoo groot mogelijk te maken. Lijden daaronder
i het nu het Gouvernement en de bevolking, of hebben beiden er
missie « voordeel bij?
Het ,, uithalen wat hij kan’° zal misschien ten koste van
er de g gebouwen en inventaris geschieden, en dus ten nadeele van
.d be- den eigenaar komen. De hier gestelde som van zestigduizend
trvan guldens, is een jo/tmse à efêd, geschikt om naijver en verbitte-
laten ring tegen de contractanten aan te wakkeren.
zr. stellen de vraag aan de overgebleven leden der com-
2 op- missie: welke ondernemingen onder de nieuwe regeling eene
tucht winst (winst niet te verwarren met 0pb2·eizg.s·£) van f 60.000
s be- geven zullen? De gemaakte opmerkingen getuigen, onzes in-
dier ziens, meer van een vijandigen geest en van vooroordeel tegen
rdeel­ de contractanten, dan van het voornemen, om slechts te be-
oordeelen wat den Staat en het algemeen belang kan schaden.
ening j
moet
ldöfê Wij hebben thans alle paragrafen der regeling en der contracten,
,Z00· die ten gevolge van die regeling vastgesteld zijn, beschouwd,
OVEH j en ook over het Verslag der Commissie, zoowel wat betreft
B gä- ·zijne algemeene beschouwingen, als de daarin vervatte beoor-
bbêll deeling van iedere §, onze meening uitgebragt. Er blijft ons
li nu nog over, de slotsom onzer overwegingen, zoowel wat het
lliïlïg Verslag als wat de regeling betreft, mede te deelen.
Cb is Wij vangen aan met het eerstgenoemde.
heeft Omtrent den toon, waarin dat Verslag gesteld is, merken
tällëïl wij op, dat in de Tweede Kamer der Staten­Generaal, die toon
H dë is gekaraktiseerd als te zijn: die va11 dan áa¢!sá0gt,en niet die
Bmdê van de bedaamle recleiieriizg. De steller van het Verslag, de heer
van Hoëvell, heeft daarop geen ander antwoord gegeven, dan
i hëli dat het zyn eigen i00iz was.
elijk. Wij zouden voor de onderteekenaars van dat Verslag eene
P Om wederlegging dier beschuldiging en de bewijzen, dat het de taal
of de toon der overtuiging was, wel zeer wenschelijk hebben
door j gevonden.
ä
21
ii
Y
l